Beoordeling cursus Sranan niveau 2a

Geplaatst op

Joeri van Straalen
Wo 21-11-2018, 20:31


Odi brada Kwasi,

Grantangi fu a switi neti esde. Mi abi wan tu baka taki fu a sreka.

Ik ben erg tevreden over de cursus. Als ik naar mijzelf kijk, heb ik het meest opgestoken van het daadwerkelijk praten (fa wiki waka?) en de luisteroefeningen (1 en 1 is 3 en de eindopdracht). Wellicht dat we nog iets meer gestimuleerd hadden kunnen worden om te praten in het Sranan. Door het daadwerkelijk te doen en fouten te maken, heb ik zelf het meeste geleerd. Ik had voor mijzelf het gevoel dat ik de klankverkleuringen en spelling vanuit niveau 1 al goed onder de knie had, maar ik kan me voorstellen dat het voor de anderen fijn was om hier tijdens 2a nog geregeld op terug te komen. Ik vond de eindopdracht
JS
Joeri van Straalen
Joeri van Straalen  >
Wo 21-11-2018, 20:41
U

Ik heb de mail per ongeluk verstuurd, vervolg:

Ik vond de eindopdracht erg leerzaam voor dit niveau. Het verhaal was goed te volgen maar ik heb toch veel nieuws geleerd. Ik heb voor mijzelf ook elke week de tijd genomen om mijn notities en de samenvatting van de vorige week door te nemen/te leren.

Tan bun brada, nanga switi odi,

Brada Joeri

Professor Chan Choenni: Geen begrip wegblokkeerders

Geplaatst op

Geen begrip voor Friese blokkeerders van A7

Chan Choenni

Gerard Drosterij zegt -in zijn artikel van 10 oktober- begrip te hebben voor Friese actievoerders die de A7 blokkeerden voor demonstranten die wilden protesteren tegen intocht van Zwarte Piet in Dokkum. De anti-Zwarte Piet demonstranten moesten vanwege deze wegblokkade terugkeren. Erger nog: hun recht om tegen zwarte Piet te demonsteren werd hen ontnomen door ingrijpen van de politie. Iedereen heeft in ons land echter het recht om te demonstreren; zowel voorstanders als tegenstanders van Zwarte Piet. Als de Friese actievoerders een tegendemonstratie hadden gehouden, dan had ik daar volledig begrip voor. De Friese actievoeders hebben echter door de blokkade van de A7 de uitoefening van het demonstratie recht tegen Zwarte Piet verhinderd. Dat is een zeer ernstige beknotting van de vrijheid van meningsuiting van een bepaalde categorie Nederlanders. Ik heb dan ook geen enkel begrip voor de wegblokkade door de Friese actievoerders. De overheid moet het recht van vrije meningsuiting garanderen en komt terecht in het geweer met een juridische procedure tegen deze actievoerders. Drosterij suggereert dat gelet op de verbetenheid van Zwarte Pieten discussie en het niet instellen van een verbod op de anti-Zwarte Pietendemonstratie de actie van de Friese blokkeerders logisch was. Hij praat hun actie als het ware goed. Maar zij konden toch een tegendemonstratie houden in Dokkum? Het middel van de blokkade van een snelweg is echter ondemocratisch en voorbehouden aan de overheid. Als de overheid de anti-Pieten demonstratie zou verbieden dan wordt partij gekozen voor de voorstanders van Zwarte Piet. Ik ben het wel met Drosterij eens dat Nederland nog steeds een veelstromenland met verschillende tradities en gebruiken. Juist daarom moet de overheid neutraal zijn en geen partij kiezen voor een bepaalde groep, maar wel de wet handhaven.
Ik ben het met Drosterij eens dat het afschaffen van Piet i.c. het Sinterklaasfeest geen oplossing is. Maar evenmin is het handhaven van de figuur van Zwarte Piet bij de jaarlijkse viering van het Sinterklaasfeest de oplossing. En al helemaal niet een verbod op demonstraties tegen Zwarte Piet. Het zal vooral bij vele zwarte en gekleurde burgers herinneringen blijven oproepen aan de slavernij en racisme. Er moet een oplossing komen dat het belangrijkste bezwaar tegen Zwarte piet wegneemt. Dat is de zwarte kleur van Piet. Wij kunnen Piet voortaan een witte kleur geven. Geen enkele huidskleur is wit. Mensen hebben verschillende huidskleuren variërend van diepzwart tot blank of zo u wilt roze. Toegegeven: wit wordt vaak als tegenstelling van zwart gebruikt als politieke aanduiding om de doorgaans geprivilegieerde positie van blanke mensen aan te duiden. Wit wordt echter in figuurlijke zin gebruikt. Door zwart te vervangen door de kleur wit wordt geen enkele bevolkingsgroep gekwetst, geridiculiseerd en gekleineerd. Eén standaardkleur van Piet leidt immers niet tot verwarring. Het is slechts een kleine aanpassing wat betreft de kleur. Aanpassing van de kleur maakt vooral voor de kinderen niet veel uit. Omdat niemand een witte huidskleur heeft, is de associatie met huidskleur niet meer aan de orde bij de viering van het Sinterklaasfeest. Tot slot: Zwarte Piet handhaven komt neer op van herhaling van zetten. Dus elk jaar weer debatten en demonstraties alsook voortgaande polarisatie. Erger nog: enerzijds het kwetsen van bevolkingsgroepen en anderzijds het verzieken van het Sinterklaasfeest door demonstraties. Het voornemen in Zaanstad om binnenkort ‘diepzwarte’ Pieten te introduceren om de associatie met de zwarte kleur van de schoorsteen te benadrukken slaat de plank volledig mis. De zwarte kleur en impliciet de zwarte huidskleur wordt weer eens benadrukt en de daarbij behorende grollen en grappen. Wellicht onbewust en onbedoeld worden zwarte en gekleurde burgers weer diep gekwetst.

Chan Choenni is emeritus bijzonder hoogleraar

Cursus Sranan 7 december 2018

Geplaatst op

Volgens planning weer Sranan cursus op 7 december 2018.

Algemene oproep

Al lang Sranantongo serieus willen leren of de eigen culturele persoonlijkheid willen versterken vanwege de trauma’s van het verleden. Straks kan het weer. Op basisniveau spreek-, lees-, luister- schrijf- en vertaalvaardigheid verwerven.
Dit is het beste wat er is: fositen, tide, dey fu tamara Sranantongo. Het wordt nooit gezegd, maar de cursus benut vele inzichten uit mystieke, traditionele en wetenschappelijke kennisregisters m.b.t. bijvoorbeeld de algemene taalwetenschap, creolistiek, fonetiek, fonologie, onderwijsgeschiedenis van Suriname en de toegepaste antropologie. Het is een nieuw kennisconcept, bedoeld als heroriëntatie op taal in verschillende culturele en religieuze werkelijkheden. Tegelijkertijd is het puur praktisch en bedoeld om de persoonlijkheid van binnen uit te ontwikkelen onder eigen voorwaarden.

Coding and decoding in Sranan

Geplaatst op

Coding and decoding in Sranan

Coding and decoding in Sranan; the writing-speaking controversity. A critical review of the Eddy van der Hilst spelling 

By brada Kwasi Koorndijk

Amsterdam, June 16, 2016

‘Brada’ is the label for males in the African-Surinamese tradition, while ‘Kwasi’ reflects not only my first name but also a west African tradition i.e. to say a male born on sunday. I am a transformationist par excellence. Some may describe me as a reformer in the sense of episte-mology, ontology and ethics and as a consequence of methodology. These subjects i.e. epistemology, ontology and ethics will be addressed in detail in future performances. In this discourse I present myself as a transformationist in the field of the use and the study of Sranan. This presentation is only the introduction in the frame work of renewal.

Although I don’t have a professional backbone in linguistics – I do enjoy formally a BSc degree in postal and telegraphic management and a MSc degree in  industrial anthropology – I will touch upon a subject that is of linguistic concern, the spelling of the Surinamese lingua franca, Sranan, also known as Sranantongo. This implies that my essay doesn’t necessarily back up the linguistics conventions with its own terminology.

The main question to be answered in this essay is:

What are the insights of the Van Der Hilst spelling and what are the implications for his theory?

 

Summary

This essay exhibits to the reader a serious attempt by Eddy van der Hilst to decolonize the spelling practices of the Surinamese public pitting the spelling guidelines and customs of Dutch against that of Sranan, showing the inconsistencies of Dutch and English spelling, at the same time exposing the underlying pitfalls in the building blocks of his Sranan spelling. In a close examination I found, in essence, that the basic rule to differentiate between writing and speaking is violated by both skipping – in writing sometimes – in between vocals in words and introducing sometimes double consonants as well in the writing modality that are both assigned to the speak modality.

Main goal and motivation

The purpose of this treatise is rather to elicit opinions of scholars than to be merely critical of an influential exponent of Sranan by far, Eddy van der Hilst. At the same time there are some occurrences that explain the release of this essay. In the first place Sranan is experiencing a revival in Holland and Suriname. This could be backed up by dictation competitions in Holland and Suriname, the increasing use of Sranan in the official scene, code switching in the favor of Sranan[1], and increasing efforts off- and online to teach Sranan. Justly observed in a mail exchange with me: “Het schrijven van het Sranantongo in Nederland en in Suriname staat in de belangstelling …van mensen die meedoen aan spellingdictees of ze organiseren, maar ook op allerlei internetfora schrijft men in het Sranantongo en heeft men het er over. Roue Verveer schrijft in zijn boek over opvoeden op z’n surinaams (creools) ook allerhande opvoedingsadviezen in het Sranantongo”  (M. van den Berg, personal communication, April 7, 2016). Van Den Berg apparently makes reference  to: Waarom? Daarom! Opvoeden op z’n Surinaams by the former mentioned. But the interest in Sranan is not in the least to be understood in the frame work of major developments in Suriname. There is a language law and an advisory board in preparation by the National Assembly of Suriname which will rule and exercise oversight on the input of the different languages for public interest, including Sranan[2].

On the backdrop of all of these occurrences there is a playing field of competing views on the spelling of Sranan which becomes manifest for instance in the dictation matches. Simply put, one of the recurrent debates is: should we write with ‘i’ or ‘y’ at the end of a word? This spelling rivalry will be put in historical perspective below (Introduction).

I normally comment on the texts produced by high profile text writers who are invited as volunteers by the dictation organizing bodies.  On November 15, 2015 there was the yearly held ‘Sranan dictation’ which I commented on at great length in a radio programme. I was asked to be a juror at that event and in my role later as radio commentator I promised a review of the Sranan spelling promoted by Van Der Hilst because I saw many inconsistencies in his spelling. At the same time there’s the unease that Sranan evolves in isolation from the diaspo-ra i.e. Holland. In the wake of this unease there’s the complicating factor of unwillingness respectively the inability to reach out to one another.

 

Preface

I’m indebted to a bunch of actors who contributed to this exposition. Thanks a lot Gracia Blanker and Ninan Esajas for your eulogies made in favour of me. I thank John Sno for his eye openers with regard to the spelling used in this text as well as his critical insights. I also thank my mentor Jahzreel Strijk for his critical insights concerning my style of writing against the backdrop of this era. This alerted me to be even more self-critical. His gratitude expressed to me was sincere. I’m most of all indebted to Kasper Juffermans and Margot van den Berg, two scholars of linguistics. Both Kasper and Margot provided me with relevant literature and substantive criticism. Their insights made me more explicit in my treatment of the subject under review.

Methodology

As I once learned academic efforts should be maximally subjected to criticism. And reviews aren’t an exception in this respect. An academic effort shouldn’t be subjected to a culture (customs) but rather to the basics, because “the-way-we-do-business” could be opposed to formalities and even against general methodological rules as I have experienced over and over again. Because it bothers me I decided to subject myself to a maximum of scrutiny. This implies that in the early stages leading up to the product (this review) my own work must be exposed to a diversity of opinions, applying at the same time self-criticism and ethics, fencing off politics in the academic field, while showing vulnerability – the acknowledgment of being biased beforehand by education, culture, literature and so on. This plays into the figure I have come to know years ago as the ‘scientific spirit’ reading Cervo & Bervian (1983)[3] – features built in the scientific spirit that are not innate in people. Instead it’s a life-long conquest at the cost of many efforts and exercises (pp.17-20). Although I can’t make any claim to be gifted by the scientific spirit it is worthwhile to strive for this properties.

Anyway the concept of ‘the scientific spirit’ is encountered to a great extent in different codes of conduct, among others, in The European Code of Conduct for Research Integrity, De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening, and  Advies van de KNAW-Commissie Onderzoeksgegevens.

In next contributions I’ll return to this concept, reviewing it altogether in the light of an adequate methodology to do research in general and especially researching Sranan.

When I announced in ‘Tongo tori’[4]  that I’d write a review on the spelling of Van Der Hilst I had made a promise and I couldn’t backtrack. I therefore make myself accountable now to the reader concerning the steps taken in this piece of work.

Steps taken in the process:

I first brought a preparatory-review in to the attention of linguists, who in my view could give a maximum of inputs as linguists – as of broaden the base of relevant networkers, the content, structure, style, language use, platforms and forums eligible for publication, and so on. At the same time the draft was brought to the attention of various activists known to the public of Suriname. As I noted I didn’t want to play politics excluding the public from the process and the essay as a product of it. So the draft was distributed in advance among some circles rooted in the Suriname society – media officers, writers, Sranan teachers  – so that nobody could feel excluded beforehand as is the case in too many intellectual contributions of this kind fending them off from competing insights. The draft was at a next stage posted on facebook, with reference to my Consultancy website[5] in order to get competing views and criticism from the public. Finally I gave Eddy van der Hilst by e-mail the opportunity to influence the draft by contradicting my findings and to give his latest insights with regard to the statements made in this regard. Because Eddy didn’t respond within the specified time of 2 weeks I felt free to close the consulting session and move to the formal procedures in order to get the paper published in various forums.

Preview

As language trainer and activist of the Surinamese lingua franca, Sranan or Sranantongo, I will draw upon Skrifi Sranantongo, leysi en bun tu (Van Der Hilst, 1988) referring at the same time where appropriate to the follow up De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo (Van Der Hilst, 2008).  First there is a break down per chapter as even most Sranan speakers lack reading skills. Then I give my Commentary. For practical reasons the words ‘spelling’ and ‘orthography’ are treated interchangeable in this exposition. Finally: there are phonological aspects to be commented on which for practical reasons will be left out in this frame work.

In his 16 chapters encompassing book (Van Der Hilst, 1988) the writer proofs to be a grass root linguist as the phonetic script  (e as in sèm same; ɔ as in sòf soft drink; ŋ as in man can) is thoroughly embedded in his account, while the exposure of speech is explained in great detail. Van Der Hilst also vents his good teachership by convincing the reader of the laws guiding Sranan, backing his statements up with clear examples, although (sub)sections would help a lot to wrestle through the mass information given in the various chapters. Another aspect is of methodological concern: there are neihter inline citations nor is there a reference list involved. However in the follow-up, i.e. Van Der Hilst (2008) major developments were made on this front. But all in all as Sranan activist I consider Van Der Hilst (1988) worth reading as the writer chose to report in the lingua franca of Suriname, contributing to the lexicon of Sranan in a technical sense, although the complaints of his readers were massive because of their analphabetism in Sranan (Van Der Hilst (2008, pp. 5, 22).

Van Der Hilst (2008) characterizes his spelling doctrine as: one sound per sign and one sign per sound (p. 22). Thus everywhere of a word where there is a letter of the Sranan alphabet involved there will be only one particular sound produced as in reverse only one particular sound is attached to a particular symbol of the alphabet.

Much to the credit of the author can be said that he highlighted the debate concerning spelling in general and especially with regard to the writing of falling diphthongs, i.e. should we write for instance: ai or ay, ui or uy? Van Der Hilst brought the debate to an academic level and gave a person-in-environment perspective into the Sranan language.

  

Introduction

The spelling history of Sranan is comparable to the history of the country Sranan (Suriname), the ‘host’ of the language, Sranan. As Sranan is regarded as conquered land so is Sranan to be seen as conquered language, as of the orthography of Sranan. “Thus one of the earliest orthographies, that of the Moravian missionary Schumann (1783), was based on the spelling system of German” (Sebba, 2000, p. 929). The year 1824 marks the starting point of Dutch spelling conventions, together with a concern for etymology[6] and homonym[7] avoidance (Sebba, idem, p. 930). “In practice, this orthography became fixed by its use in the Sranan version of the New Testament, Da Njoe Testament vo wi Masra en helpiman Jezus Kristus, published in 1829” (Sebba, idem, p. 930). This orthography was based on the Dutch writing system, while the pronounciation of each word is as it would be in German (p. 932).

In the 1950’s the ideological debate had further polarized in that there could be found at the spectrum on the one hand spelling systems of ecclesiastical origin opposed to the one used in scientific literature – Voorhoeve and Peé are among the exponents of this movement – and that of JGA Koenders, an orthography which was later adopted by the grasroot movement Wie Eegie Sanie (pp. 932-933). In 1960 a government commission chaired by Lou Lichtveld produced an orthography (Gouvernementsblad van Suriname, 1960, no. 90) that was revised by an other government commission in 1986 under the chair of André Kramp (Stichting Volkslectuur Suriname, 1995, p. 10); Staatsblad van de Republiek Suriname (1986). no. 40. Judging by Defares (1982, p. 49) there are two groups at the table: one that parts from the proposition that Dutch remains the official language of Suriname and therefore furthering a Dutch orthography sphere of influence – the use of ‘i’ – regarding the falling diphthongs, while in the other group there is the believe that the Sranan spelling should have an international profile – the use of in between sound writing the diphthongs, thus ‘y’ instead of ‘i’ regarding the falling diphthongs. These controverse became manifest in the commission. Van Der Hilst who also was a member of the commission, writes that at the presentation of the spelling the proponents of, y, were left outside (Van Der Hilst, 2008, p.51). In this way the opponents succeeded in making official the i. The minister of education then, promised to reconvene the commission in order to deliberate about the diphthongs, which until to day never happened.

As is the case for spelling Madinka in … Gambia – spelling in the presence of English – so too applies for Sranan “in a complex multilingual ecology in which the postcolonial … language assumes a powerful position” (Juffermans, 2011, p. 652).

I’ll move ahead now with a comprehensive approach to the Van Der Hilst orthography.

Chapter 1

This chapter (pp. 9-12) is a brief account regarding the coincidence of the start of the regular Suriname history in 1650 and the development of Sranan involving the interplay of the West-African coast on the one hand and Portugal, England, and The Netherlands on the other hand under circumstances of the transatlantic slave trade and slavery – a pidgin developed in to a creole which reflect the lexicon of all players involved.

Then from 1718 wherein the oldest written text is registered under “Beschrijvinge van de volksplantinge Zuriname” from J.D. Herlein through 1800-1900 where much was written in Sranan noting the time interval 1900-1940 where only one book was written  up to  1946: “Foe memre wi afo” from JGA Koenders[8] to the current day, a period that can be described as the rivival of Sranan.

Commentary:

The origin of Sranan – and of other creole languages – can be framed in a series of different approaches. In this frame work we encounter: a) theories focusing on the European input (the role of Foreigner Talk/Baby Talk, Imperfect Second Language Learning, Monogenesis, regional European varieties of the lexifier language), b) Theories focusing on the non-European input (substrate and relexification), c) Gradualist and developmental hypothesis (Gradual creolization, Grammaticalization), and d) Universalist approaches (Bioprogram Theory, Generative Theory, Semantic Transparency, Common Social Context Theory) (Den Besten, Muysken, Smith, 1994, pp.  87-97; Arends, Kouwenberg & Smith, N. (pp. 111-116); Muysken & Veenstra, pp. 121-134; See for comments Arends, Muysken & Smith, 1994, pp. 319-323). These approaches in the terms of Chary,  Koefoed & Muysken (1983): ‘the baby talk hypothese’, ‘interlanguage hypothese’, ‘relexifcatie hypothese’, and ‘universalistische hypothese’ are difficult to separate from one another (pp. 20-25).

To cut short: the explanation of how Sranan came into being by Van Der Hilst is only one angle from which the origin of it can be examined – the European input. Thus in the day-to day- exchanges between European and Africans words like the English ‘go’ and ‘take’ were  adapted to the speech habits of the Sranan speakers or diphtongs were exchanged for mono-thongs Van Den Berg explains (2000, p. 7), while on the intra-contact level (the inner circles of the enslaved Africans) religious and magic phenomenons in words like konfo, fyofyo, kunba had their continuity in Sranan. This plays into the hand of the vision that Sranan can’t be a monolitic version of a language, i.e. “if African languages were maintained on the basis of certain tasks, a wide, yet rather simplistic, spectrum of creole (basilects to acrolects) and non-creole speech forms circulating throughout the plantation can be conjectured. Field slaves could be assumed to preserve more (elements of) African languages, speaking a type of basilect, known in 18th century Surinam as nengretongo (literally, “Black man’s tongue”) that was farthest removed from the English superstrate. The creole variety assumed to be spoken by house slaves would be the acrolect, (e.g., bakkratongo, or “White man’s tongue”) conforming more to the superstrate. Slaves of intermediate status would thus be predicted to speak a mesolect, or intermediate creole” (Satterfield, 2005, p. 2085). Accordingly Sranan can’t be understood without considering the underlying social structures underpinning the 18th century.

Over time adoption processes evolved which involved both Sranan and Dutch respectively a low prestige and a high prestige language (Charry, Koefoed & Muysken, 1983, pp. 13-14):

a) the adoption process is restricted to (re)lexifaction without changing the  structure of Sranan

b) Sranan constructions and semantic distinctions are embedded in Surinamese-Dutch – ik ga gaan (I’ll go), hij gaat komen (he’ll come) are both future tense constructions derived from Sranan, while ik zal gaan (I’ll go) semantically means: ‘but don’t pin me on it’.

 c)  Code mixing and borrowing, whereby in a practicle sense Dutch               sentences are embedded in Sranan and often adapted to the speech habbits of the Sranan speaker. Mi e go hale boodschappe (I’m going to the store); een swiete groet komopo na a studio (I greet you from the studio) are among the examples that can be named.

In the case of b) adoption can be the case as a consequence of massive second language acquisition: “bij het leren van de tweede taal brengt een bevolkingsgroep een aantal constructies en onderscheidingen uit de eerste taal mee, die later gemeengoed worden en worden overgenomen door sprekers die de eerste taal niet eens kennen” (Charry, Koefoed & Muysken, 1983, p. 13).

 

Chapter 2

In this second phase Van Der Hilst illustrates the development of Egiptian characters into the

Latin Alphabet, i.e. the letters a and b permitting Sranan to spelling conditions of Afaka (a syllable script of the Okanisi Maroons  of Suriname).

Van Der Hilst clarifies the domains of speaking with its various articulation habits in Sranan versus writing, concluding that as there might be many ways of  speaking modalities we should write as if we would articulate a word in an isolated position. That means that although people might say in multiple ways – translate into English – don’t do that: ‘I no musu du so’, ‘I no mus du so’, ‘I no mu du so’, ‘I nom du so’, we should write invariably: yu no musu du so (pp. 19-20). Thus speaking and writing are ideologically two separated domains.

Commentary:

It is broadly accepted that the Latin was influenced by the Greek alphabet. In this sense

on the world stage the Greek civilization was succeeded by the Romans to whom the Latin alphabet is attributed. In turn, the Greeks were preceded by the Egyptians  on the world stage. If succession of civilization explains the development of the script then even though his illustrations suggest that, Van Der Hilst doesn’t proof yet that Latin is indebted to Egiptian characters.  A first scan through the internet predict a fierce debate on the indebtedness to ones civilization. To cut short: if true one should expect rather an indirect than a direct relation between Egypt and the Roman Empire.

In this very chapter Van Der Hilst explains his theory which is at the heart of the book and which survived his later contribution. “Schrijf de woorden steeds zo op als wanneer zij in een geïsoleerde positie worden uitgesproken” (Van Der Hilst, 2008, p. 33). Further Van Der Hilst (idem) teaches the reader that with the ‘one sound one sign; one sign one sound rule’ (pp. 22-25) Sranan is put in contrast with Dutch’.

The Dutch spelling inconsistencies[9]:

The  Dutch spelling faces serious inconsistencies: the letter ‘e’ is encountered with three different sounds in words like: ‘met’ (with) and meter (meter). The first, e, is pronounced as e (the Sranan represent of è), the second, e, sounds eI (the Sranan represent of ey), while the third, e, is pronounced, ə (the Sranan represent of mètər = master). Further more the sound, eI, is found in words with two e’s for example in words like: ‘neem’, zee and loan words like café and logé. Besides that there is no continuity in the sound eI when the double e, is succeeded by the letter r. Thus the eI-sound will be encountered in the words: neem and zee, while changing in, e: (the Sranan represent of ê) adding the letter, r, after these words, while changing the meanings in respectively ‘neer’ (down) and ‘zeer’ (very, painful).

There are also other inconsistencies found in the i-, ə-, t- and s-sound (Van Der Hilst, 2008, pp. 23-24).

Chapter 3

The follow up of the treatise is the sound system of Sranan where vocals (a, o, u, e, i) are central to the stage. Van Der Hilst chooses to differ from the standard institution in changing the position in the vocal structure challenging the alphabetical order (a, e, i, o, u). In addition to this 5 vocals Sranantongo adopted from Dutch: è, ò ((Van Der Hilst, 1988, pp. 22-23).

Further Van Der Hilst states that Sranan, in its nature, doesn’t support:

  1. a) the silent “ə” sound, called Sjwa, in for example vader in its lexicon
  2. b) an accent on the last syllable of a word
  3. c) consonants in borrowings from Dutch and English

On a)

This means that words like: ‘kaba’, ‘pasa’, ‘sidon’, and ‘gowe’ will not be converted into  kəba, pəsa, sədon, gəwe as this forms don’t fit the Sranan vowel-system.

On b)

This also means that words like: ‘kaba’, ‘pasa’, ‘sidon’, and ‘gowe’ will be made suitable to the normal patterns of Sranan. As a result the words will be made monosyllabic. So Sranan will skip the first vowels to become: ‘kba’, ‘psa’, ‘sdon’, and ‘gwe’.

On c)

As a consequence borrowings from Dutch and English will be transformed, i.e. ‘donder into dondru’; ‘verroest into frustu’; ‘smelter into smèltri’; ‘sadel into sadri’; ‘master in masra’; ‘pepper into pepre’, and so forth. Thus the silent sound will be skipped adapting a consonant into a vowel in Sranan.

Commentary:

Whether the change of the order from: a, e, i, o, u into: a, o, u, e, i, is a practical or an arbi-trary one remains in limbo. Van Der Hilst doesn’t give any explanation for this deviation from international standards.

On a)

This can be seriously challenged as in pragmatism mètər is not inflected to mètri, sidon is not inflected to sədon, like bògəl is not inflected to bògli, and snèfər is not inflected to snèfri. The same applies to kagət kind of formal paper and dèbər very big. They are both pronounced with a sjwa, the silent sound.

On b)

The skipping of  the first vowels in kaba, pasa, sidon, and gowe to become: ‘kba’, ‘psa’, ‘sdon’, and ‘gwe’ breaks with the historical origin of the words as his basic rule suggests (Van Der Hilst, p. 20). See the foregoing (chapter 2) on the writing rules.

On c)

This statement can easily be undermined as there are a great many words in the various areas of life adopting consonants. The child’s play ‘dyul’ (… ) has been very popular accross generations[10]. The football field lexicon provided us bònrit (kicking of the ball over lines as a tactic), haps the uncontrolled ejection of the ball. The marble game has provided for: rèys play disc, tòl score by targeting the marble succesfully, romèyn seek an advantage position. Further we know: brèms chance meeting, dyaf boast, bam bell blow, till pleasure, bum beg, òp oral report, sker empty, dead, tyèk bal irritation of groins and the pubic region[11], tyònk throw.

Finally: how does the chicken cackles according to the elderly across generations? Isn’t it: ‘kò kò kò?!’ Another example is the Sranan equivalent: nò?! for: are you sure? This is concerning the assertion made by Van Der Hilst that the sound, ò, is strange to Sranan.

Chapter 4 nososten nasal vowels

Here Van Der Hilst teaches the reader that besides the vowels (a, o, u, e, i) which concentrate on the oral articulations solely, the Sranan sound system provides also in a nasal arriculation. He explains that while one part of the wind escapes from the mouth the other part escapes form the nose. The writer introduces the term: ‘noso sten’ nasal vowels.

The nasal vowels are formed by combining the vowels with ‘n’. Thus a+n (an); o+n (on); u+n (un); e+n (en); i+n (in). Examples of words with an, on, un, en, and in, are respectively tan stay, sdon sit, dukrun duck, biten direct, krin clean.

At last Van Der Hilst touches upon mental slavery in focusing on sound systems combined with writing modalities in borrowing words. Thus the user suggests to hear for example: ‘m’ in banbusi because of the ‘m’ in bamboo. That’s why he writes “bambusi”. The same is appropriate for anbegi. Because of the ‘n’ in ‘aanbidden’ the Sranan user writes “anbegi”. But the nasal vowels exposed to p and b should be written in one way. Other wise there will be  two ways to write the nasal vowels in conjunction with words initiated by ‘b’or ‘p’. Thus although we believe we hear: “tampresi”, “sombololi”, “kumba”, “pemba”, and “bimba”, we should keep on writing respectively: tanpresi address, sonbololi dope, kunba ombilic, penba white clay, and binba filaria leg.

Commentary:

The word ‘sdon’ violates the historical origin of the word as suggested by the basic writing modality of Van Der Hilst (see foregoing), while as a matter of fact Van Der Hilst shows he can draw the line between the Dutch and Sranan spelling.

Chapter 5 Tusten Diphthongs

The diphthongs are formed by combining the vowels (a, o, u, e, i) with the two in between sounds ‘y’ and ‘w’. In addition there is the vowel Ɛ, represented by è in Sranan. Then Van Der Hilst gives the combinations a+y (ay), a+w (aw); o+y (oy), o+w (ow); u+y (uy), e+y (ey), e+w (ew) and è+y (èy).

So we find ay, aw; oy, ow; uy; ey, ew; and èy; in respectively the words: bay buy, babaw thunderstuck, loy empty, krey cry, bew (sound-imitation from gunshot); and rèys play disc;

Besides the above mentioned diphthongs there is a nasal variant involved, formed by oy + n, ay + n, and uy + n (oyn, ayn, and uyn), examplified respectively by the words: doyn, kayn, and puyn.

Furthermore there are elongated diphtongs which are the previously mentioned vowels (a, o, u, e, i) transformed into (â, ô, û, ê, î). They’re illustrated by words like: bâna plantane, pôti poor, têgo everlasting, pî dead calm; ideophone, and dûn spell bound; ideophone).

(pp. 33).

These elongated diphthongs should not be confused with words where the letter ‘r’ is involved. Van Der Hilst mentions: kori caress, bari scream, teri count, and buru farmer. He explains that the preceding vowels (o, a, e, and u) are not naturally elongated sounds as a change of, r, into ‘t’ would betray the status of the vowels. To cut short it is only because of the r that the preceding vowels sound prolonged. So they are not written with circumflex accent (Van Der Hilst, 1988, p. 33).

Commentary:

Here Van Der Hilst gives a good account of the rules reigning the writing modality. He shows consistency with the rules. It is a further elaboration on the ‘one sound per sign and one sign per sound rule. But the writer upholds the two main categories the traditional grammar endorses: ‘krinsten’ vowels i.e. the standard variant and ‘tapusten’ consonants (p. 31), while he distinguishes many subcategories of the concept vowel pitting the Sranan against the mainstream sound system.

Even in Van Der Hilst (2008) a comprehensive understanding of this multifaceted concept
remains out of the picture: “Het Sranan kent verschillende klinkers, ook wel vocalen genoemd. Deze zijn: de orale klinkers, de neusklinkers of nasalen, de lange klinkers en de tweeklanken of diftongen” (p. 33).

Chapter 6 Tapusten Consonants; first and second part

The consonants c, j, q, v, x, z are not considered to belong to the Sranan alphabet. More over the letters, w, and,  y, are both vowel-like and consonent-like. As mentioned before they are between sounds. Van Der Hilst explains that the air flow in the mound is blocked in one way or the other – by teeth, tongue, lips, resulting in the letters b, d, f, g, h, k, l, m, n, p, r, s, t, w, y. The letters b up to h as well as k up to y are addressed in respectively the first and second part of the chapter.

In the following you will find some illustrations of the consonants regarding the Sranan alphabet (Van Der Hilst, 1988, pp. 35-37).

 

b sounds like b in bobo dopey

d sounds like d in odi greeting

f sounds like f in fa given that

g sounds like g in agu pig

h sounds like h in hebi heavy

k sounds like k in kari call

l sounds like l in lasi lose

m sounds like m in masi mash

n sounds like n in neti night  

p sounds like p in pori rotten  

r sounds like r in rowsu roos

s sounds like s in sari sad  

t sounds like t in tara tar

w sounds like w in  we well 

y sounds like y in yu yu  

Finally, Van Der Hilst explains that the letter, n, in for example mindri middle/amongst, ondro under, sensi cent/since, pransun sprout, printa leaf[12] doesn’t refer to the consonant n, but to nasal vowels oŋ (ong), eŋ (eng), aŋ (ang), iŋ (ing).

Commentary:

If in all cases the letter, n, refers to the nasal vowel as Van Der Hilst suggests, is subject to serious reflection. Could you say: miŋdri, oŋdro, seŋsi, and priŋta?

Van Der Hilst (2008) continues on this path (p. 41-42) insisting that Sranan words like ‘dansi’ and ‘kondre’ should sound respectively like daŋsi and koŋdre. “Bij het lezen moet het geschreven woord ‘dansi’ dus klinken … niet als /dansi/ … ‘kondre’ moet klinken … niet als /kondre/” (p. 42).

If the nasal vowels in these instances are proven right the position of the hyphen will not be debated. But if the nasal vowels are proven wrong the position of the hyphen might be under scrutiny. Should it precede the letter, n?

Chapter 7 Tapusten Consonants; part 3

Along with the consonants mentioned in chapter 6 there are the ones of a mixed nature resulting in: sy (ʃ), dy (dʒ), ty (tʃ), ny (ɲ). So we encounter the sy-, dy-, ty-, and ny-sound respectively in the following examples: syatu, dyari, tyari, nyan.

Note: when the ‘dy’-sound precedes the vowels e and i as in the words: “dyeri”yellow and “dyi” give, we should consequently write ‘geri’ and ‘gi’. The dy-sound can also be heard in nasal vowels as in the words “adyen” and “dyendyen” we should consequently spell respectively: agen and gengen.

Note: when the ‘ty’-sound precedes the vowels e and i as in the words: “botyeti” boeket and tatyi tell, we should consequently write ‘boketi’ bouquet and ‘taki’talk. The ty-sound can also be heard in nasal vowels as in the words “tyentyi” Change and “styinbody we should consequently spell respectively: kenki and skin.

Note: when the ‘ny’-sound precedes the vowels e and i as in the words: “lendye” vergoeding and “tanyi” dank, we should consequently write ‘tangi’ and ‘lenge’. The ny-sound can also be heard in nasal vowels as in the words “tyentyi” and “styin”. However we should consequently spell the words respectively: kenki and skin.

Commentary:

Van Der Hilst tries very hard to distinghuish between the oral and writing modalities suggesting there should be one way of writing the ‘dy-‘, ‘ty-‘, anda ‘ny’-sounds. But if you’re obliged to write ‘gengen’ and not ‘dyendyen’ it is allowed to pronounce ‘gengen’ just as it is allowed to pronounce, dyendyen. But what if nobody uses ‘gengen’ in their articulations? The same applies to words like: ‘gindya’, ‘geme’, ‘wenke’, kema, ken, and ‘kiki’. Nobody says them! What I suggest is not to put the whole spelling upsite down, but to allow exceptions to the game. For example we should write in contrast to the rules: dyindya, dyeme, wentye, tyema, tyen, and tyityi contradicting the basic rules in fact.

Chapter 8 Tapusten Consonants; part 4

Van Der Hilst explains here the necessity to write the letter ‘k’ in front of the, e, and, i. He breaks it down: kisi received means the same thing as “tyisi”, kibri shelter is similar to “tyibri”, boketi bouquet and “botyeti” are the same concept as applies to kersi cherry and “tyersi” as opposed to kari and tyari; kokro tube and tyokro strangle; kuku cake and tyuku bribe.

The same applies to the ge- and “dye” sound, resulting in words of equal concepts as explained in chapter 7. At the same time the clarification of Van Der Hilst is of phonological concern – the tongue moves to the fore front of the mouth in both circumstances: articulating the sounds, e,  and , i, on the one hand and “dye” and “dyi” – ty’ and ‘dy’ are alveolar stop sounds – on the other hand.  This circumstance encourages efficiency in articulating, dye, respectively, dyi instead of, ge, respectively, gi, respectively ke, respectively ki. In this last circumstances the tongue has to retract first then pressing the middle of the tongue towards the palate articulating the sound, g, respectively k. In second instance the tongue would move to the fore front articulating, e respectively i. At the same time there is the need of efficiency of spelling. That’s why, ge, respectively gi, respectively ke, respectively ki is prefered over, dye, respectively dyi, respectively tye respectively tyi (Van Der Hilst, 1988, pp. 43-50).

Commentary:

See Commentary on Chapter 7.

Chapter 9 Tapusten Consonants; part 5

Not only the vowels are combined with the in between sounds (Chapter 5) but also there is a mix of consonant (b, d, f, g, k, n, p, s, t) and in between sounds (y, w) as in the words: obya magic, bwasi leprosy, dyari yard, dweyri mop, fyofyo magic illness, gwenti customs kweri chop up, nyan eat, pyo spit, syoro ashore, swen swim, tyari in abundance twatwa finch.

Dobru tapusten Double consonants (1)

We learn also that there are double consonants, skipping in between vowels. So ‘mama’, ‘papa’ porridge/father, ‘nanay’ needle, ‘kokronoto’ coconut, will result respectively in: mma, ppa, nnay, kkronto. The rationale for using double consonants, according to Van Der Hilst is that people speak quicker nowadays. But other than dependent on the pitch the words will change of concept. If the accent falls on the first syllable of the word mama, the meaning will be: enormous. When the accent falls on the second syllable however the word will mean: mother. The same concerns papa: dependent on the pronunciation (accent on the first syllable) the word means: porridge. If the accent falls on the second syllable, papa, means father.

Commentary:

In this section Van Der Hilst confuses writing with speaking as we swallow the sounds when

we speak – ppa, wwan, mma while we spell out the words explicitly when we write, contradicting his first  spelling rule: “Yu musu skrifi den wortu, leki fa yu e taki den, te yu e taki den den wwan” (Van Der Hilst, 1988, p. 20). So write the words in such a way that when reasoned from the speech modality we speak the words isolated – papa, wanwan solely, mama.

Chapter 10 Dobru tapusten Double consonants (ll)

Van Der Hilst continues to hammer good writing habits into the mind of the reader referring to the unnatural sjwa (ǝ) in Sranan. As there is no room for in between vowels (chapter 3) so there is no room for writing an apostroph (‘) symbolizing the mute -e- in for example representations like  pəsa, kəba, sədon (chapter 3) – the transition phase of the words pasa passing by, lapse, kaba finished, sidon sit down. The same applies to words like məma, pəpa, nənay, resulting in double consonants. In short there is: bb (bbari),  dd (ddon), ff (ffrey), kk (kka), ll (llolo), mm (mma), nn (nnay)/nnyan, pp (ppa), ss (ssu), tt (ttu), ww (wwan) (ləlolo),  as a consequence of the weakening of in between vowels in the course of time: babari screaming everywhere, didon lay down, freyfrey, kaka shit, lololo, mama, nanay needle/nyan nyan non-systematically eaten, papa, susu shoe, tutu few, wawan some.

Commentary:

See my criticism in Chapter 9; return also to Commentary on Chapter 3; subitem a)

Chapter 11 Leysi Reading

This part of the book is dedicated to teach the reader how to read Sranan. The writer casts a look back at some publications. He draws upon the works of Aleks de Drie (1984, ’85) and concludes that the books are written in the modern Sranan spelling apart from some observations. In general writing rules are confused with reading ones – “undati” should be spelled as: ‘un dati’. “nin” should be written: ‘na ini’. The apostrophe and sjwa are part of the spelling used in the books – “twarf’” should be spelled as ‘twarfu’; “feryari” should be spelled as ‘friyari’. Then there are infringements committed against the rule concerning ‘nasal vowels in conjunction with words initiated by, b, or p (chapter 3 under c) – “dyompo” should be spelled as ‘dyonpo’, “warimbo” should be spelled as ‘warinbo’. Sometimes you’ll find words spelled correctly – skin, pikin, wenke. But there are also infringements – “tye” instead of ke, “tyeptyepi” instead of kepikepi, “banyi” instead of ‘bangi’  (Chapters 7,8). Further “mama” should be spelled as ‘mma’.

Van Der Hilst (1988) refers to books that are written in good Sranan spelling. He mentions in this regard Grot (1987), Vernooy & Van Der Hilst (1988), and Grot & Waterberg (1988, ’89).

Finally Van Der Hilst slams the newspapers of Suriname where bad spelling is rather the rule than an exception.

After these escapes Van Der Hilst retreats to his main issue: how to read in Sranan. He explains that reading is just the opposite of writing. One should not read words as if they are isolated contrary to writing where you should spell the words thoroughly. On the one hand you swallow and contract the words on the other hand you stretch the words out.  So you say for instance: m͜na: moni  but you write: mi no abi moni. Another example Van Der Hilst broaches is: A be: sribi, di: kon (speak modality). When spelled correctly we should write: A ben e sribi di yu kon.

Finally the writer gives an exercise in this regard introducing a piece of proza from Koenders (march 18, 1944-1946).

 

Commentary:

As I observed in the foregoing Van Der Hilst violates his own formulated rules while criticizing the media for not applying the rules correctly.

Chapter 12 Puwema Poem

In this part Van Der Hilst  advances on a poem named ‘Nyanmofo Adriyan nanga en nekti Meriyan’ (Adriyan who doesn’t stick to agreements and his niece Mary).

The poem is rigged with wrong spelling. The student is commanded to put the sentences in the right spelling.

Commentary:

This is a different exercise in verses to test the skills of the reader than the ordinary ones presented in Van Der Hilst (1988).

Chapter 13 Taywortu Contractions (1)

This section is devoted to contractions. They are existent words meaning a certain thing with which a particular significance is obtained connecting them (p. 67). Van Der Hilst elucidates the subject with examples among others: dyonpo jump plus futu foot, doti dirty plus wagi car, faya hot plus watra water, and dyarusu jealous plus sturu chair resulting in respectively hopscotch, collecting service, tea/cacao/koffie, Aysa chair.

This combination delivers new words with newly created meanings. Van Der Hilst elucidates that contractions are coupled together observing the accent in the words. If a word tells something about another word it will be accentuated which indicates that this word is not part of its successor. Thus ‘wan bigi futu’ tells something about futu indicated by its accent on bigi – in the first instance on the first i of bigi. But ‘wan bigifutu’ means an elephant leg. Note that the accent falls on the first ‘u’ of ‘futu’.

Van Der Hilst further argues that the rule in Sranan is to keep on writing the words as seperated ones till the words are proven to be contractions. So words that people interpret from the Dutch spelling like: ‘alasma’ everybody, ‘alasani’ everything, ‘misrefi’ myself are misspelled. The words should be spelled: ala sma, ala sani, mi srefi because of the accent on: both of the words involved: ala sma, ala sani, mi srefi.

Commentary:

In this part Van Der Hilst shows perfectly how meaning is created using contractions in Sranan.

Chapter 14 Taywortu Contractions (ll)

Part of the contractions are the ones which are connected with a hyphen. This occurs when the constituent word parts both end and begin with a vowel, causing the compound to prolongue the sound. Thus the words are articulated in a prolongued way. This sound causes us to write what we here : “dedôso” memorial service, “atôso” hospital, “ogrâti” cruelty, “sarâti” sorrow while it is because of the clash of two vowels: dede and oso, ati and oso, sari and ati. So we should represent this phenomenon in our writing: ‘dede-oso’, ati-oso, ogri-ati, sari-ati.

To go on Van Der Hilst explains that we use to hear from the Sranan speakers the following articulations: “konman”, “lenman”, “graman”, “droman”. But by writing them this way we would be in violation of our own spelling rules: on and en are nasal vowels and should be heard while isolating the two syllables: “koncome and man man, len ? and man man. At the same time while islolating the two syllables “gra” ? and man man, and dro bet on the first to shoot and man man we would breach our own speech habits. We mean that the word man (nasal vowel ‘an’) would be preceded by gran (nasal vowel ‘an’) superior. To cut short we should write: koniman smart man and ‘granman’ Governer/tribal leader.

The same applies to the clash of diphthongs, nasal and vowels: we should write them isolated by hyphen as well respectively: san-ede why, trow-oso marriage. In addition we should write a hyphen where a nasal vowel clashes with the consonant, n, in for example: bun-nen or where a diphtong clashes with the same in between sound: dow-watra dew water. Finally we use the hyphen when a vowel clashes with a double consonant as in: bigi-ssa, bigi-mma, fisi-wwoyo, tarattey.

Commentary:

This Chapter is added value to the understanding of writing where sounds different from the ones we already know (vowels) clash and therefore are seperated by a hyphen: ‘astmaaanval’ astma attack, ‘placeboeffect’ placeboeffect. We also distinguish clashes regarding diphthongs, nasals and vowels in a variety of ways not existent in the Dutch spelling situation. These last ones will be seperated where a double consonant succeeds.

 

Chapter 15 reduplications (1)

In order to create meanings Sranan makes use of doubling the same word. So koti cut, dyonpo jump, bari scream, sibi sweep, nyan eat, and wan één, when doubled they will have another meaning, respectively: kotikoti  mole, dyonpodyonpo grasshopper, baribari screaming, sibisibi broom, nyannyan [nnyan] meal and wawan some. In addition to this there are some reduplications which exist by the grace of two words: kwetikweti no way biribiri grass.

Commentary:

In this regard the words: kotikoti, dyonpodyonpo, sibisibi, nyannyan, and wawan are stringed togehter on the basis of the accent on the last syllable, meaning something different than they would be written separated from one another, thus: koti koti, dyonpo dyonpo, sibi sibi scamp one’s work, nyan nyan eaten everywhere[13] and so on.  But there is a special Commentary to be made: wawan violates the rule of writing with the historical origin, i.e. wanwan.

Chapter 16

In this last chapter Van Der Hilst elaborate on  chapter 15, explaining that the hyphen can come into effect there where two vowals clashes: esi-esi very quick, ari-ari rake opo-opo juggling. The meanings created can refer to the plant kingdom: sinsin mimosa piduca, the animal kingdom wunwun bee, the noise produced by something gengen bell, a whole of times betibeti bite more than one time, superficiality: sibisibi sloppy. Finally we can create meanings by expressing the way somebody or something looks like: rediredi reddish, dotidoti dirty looking.

Commentary:

See Commentary made in the foregoing (Chapter 14).

 

Conclusions

The sound-rule in order to write in Sranan limits the string of words that can be joined together to up to two words  on the basis of: “samenstellingen worden aaneengeschreven, waarbij elk van de samenstellende woorden wordt geschreven zoals zij in een geïsoleerde positie worden uitgesproken” (Van Der Hilst, 2008, p. 86). That’s why a word like: wetiberekayman joined together can be proven wrong as ‘weti’, ‘bere’, ‘kayman’ carries three accents when decomposed. This means that the word should be written as three isolated words: ‘weti bere kayman’. Van Der Hilst (idem): “een woord is een samenstelling, indien van de samenstellende woorden, slechts het laatste woord een klemtoon heeft … Voor het aaneenschrijven van woorden is de klemtoon doorslaggevend” (p. 76). In case of meaning creation there should be at the same time  a word that can be distinguished from these three words, like can be distinguished between: ‘wan bigi futu’ and ‘wan bigifutu’ (p. 76). In the former one, bigi, is an adjective to, futu (a big foot). The latter one is a concept attributed to a disease, called binba filaria leg. In the case of wetiberekayman there should be a similar situation where the Sranan speaker can differentiate.

But what’s the rationale behind the writing of reduplications as words written altogether in for instance: ‘dorodoro’ very often, ‘penipeni’ dotty, ‘wetiweti’ not that white, ‘pisipisi’ broken into pieces? “Reduplicaties worden aaneengeschreven, waarbij het woord waaruit de reduplicatie bestaat dus ook steeds in zijn volle vorm wordt geschreven (Van Der Hilst, 2008, pp. 90-91). Here the historic origin of the words is upheld in contrast to for example: ppa, mma transpiring the double consonants and with regard to: kba’, ‘psa’, ‘sdon’, and ‘gwe’  (Chapter 3; On b).

The sound-rule in Sranan excludes the existence of more than two words stringed together i.e. ‘aan’, ‘een’, ‘schrijven’ joined together: ‘aaneenschrijven’ or worse ‘tweede’, ‘graads’, ‘leraren’, ‘opleiding’ joined together: tweedegraadslerarenlopleiding.

As the sjwa in Sranan exists there should be room to express it. This means that the (‘) can apply to situations where the sjwa is at stake like for example: mètr, wèrdr, snèfr.

The thesis made by Van Der Hilst (2008) as if consonants at the end of Sranan words are strange to Sranan compells the language into a situation of unnatural conditions. ” (…) Deze woorden zijn meteen herkenbaar omdat zij op een medeklinker eindigen” (p. 38). Thus: bum, dèb’r, wèrd’r, haps, bònrit, dyaf, tyònk, sker among others would be forced to become respectively: bumi, dèbri, wèrdri, hapsi, bònriti, dyafi, tyònki, which would get people frowning.

In the foregoing the ‘historical origin’ rule is constantly violated by confusing speaking and writing as in the case of ppa, mma (speech modality), papa, mama (writing modality). Van Der Hilst (2008) in defending the double consonant-rule: “Een eerste probleem met deze schrijfwijze is dat niemand deze woorden zo zegt, ook niet in een geïsoleerde situatie. Zelfs in een geïsoleerde situatie zegt men: /mma/ en /ppa/” (p. 66). But how is that possible? Even in the anthem of Suriname we encounter a clause that contradicts the claim made by Van Der Hilst: ‘(…) pe mi mama èn mi papa, èn mi famiri de’. Except that there are a great many ex-pressions[14] and songs where the words mama respectively papa are encountered and uttered. ‘Mama na sribi krosi’[15] by the Golden Gate Boys, ‘Mama’[16] and ‘Dansi nanga mi papa’[17] by Bryan Bijlhout are only a few among a great many songs that easily undermine the assertion of Van Der Hilst. This differences which I have with Van Der Hilst are simply put of an epistemological order, namely how do we both know Sranan? If we’d write ‘mama’ and ‘papa’: Van Der Hilst (2008) argues then that that will have consequences too for: sma, psa, kba, sdon (speech modality) and suma, pasa, kaba, sidon (writing modality). “Dit betekent weer dat we iedereen die Sranan wil schrijven, verplichten om ook etymoloog te zijn om ook lang vergeten woordvormen te kennen” (p. 66). And that is the problem with the Van Der Hilst model: ‘wanting it both ways’. To cut short: his model is built on shaky ground or inconsistency.

The Van Der Hilst model differentiates on the concept of vowel – a standard, nasal, diphthong, prolonged, and various nasal variants, failing at the same time to integrate the concept into a single overarching definition.

Finally the use of double consonants contradicts the ‘historical origin rule’ as explicitly indicated in the second rule (Van Der Hilst, 2008, p. 86) and even worse creates serious consequences for the Sranan alphabet, forcing it to adopt besides mono consonants all the double consonants (b, bb, d, dd, f, ff, g, gg, k, kk, m, mm, n, nn, p, pp, s, ss, t, tt, w, ww) within its ranks.

 

Reflection

The equivalent of food will be written as nyan-nyan according to the spelling rules. But how do we write: food from the ground gron-nyan-nyan or gron nyan-nyan? How do we write respected one? Is that odi-odi-wan or odi odi-wan? Following the writing rule consequently: will the word ‘na’ then written as ‘nanga’ regarding numbers? So is fifty four then feyfi tenti nanga fo instead of feyfi tenti na fo?

Elaborating on the explicit way of writing: particles as part of the verbal system, namely ‘e’ and ‘o’  should be returned to their origin facilitating more than one speech modality. Thus mi e wroko should be spelled as mi de wroko, while mi o wroko should be spelled as mi de go wroko, enabling ‘mi e wroko’ and ‘mi o wroko’ in the speech modality.

In the case of capital letters: there is broad consensus on initiating a sentence with a capital letter. But how will we write a name of two words with uneven font sizes, as is the case in Open day. Thus will we write: A kra, or A Kra the human soul. By the way how will we apply capital letters in the cult-religious domain? How will we spell Aysa Ground mother? Will we wright the word with an uppercase respectively a lowercase letter?

Then there is the role of the ‘r’. If it elongates the preceding (kori caress) or following sound (wroko work), does the prolonging in the word counts for an accent different from vocals? How will in this regard the following nouns will be spelled: koti wroko or koti-wroko engraving; bari wroko or bari-wroko bekendmaking; seti wroko makandra, setiwrokomakandra or seti-wroko makandra or maybe seti wrokomakandra[18] organisatie?

Next: where do we put the hyphen? Do we suggest to hear na-ngra nail and therefore break the word down to ‘na’ at the end of a sentence, followed by ‘ngra’ in the next line? Or do we suggest to hear nan-ra and therefore break the word down to ‘nan’, followed by ra in the next line? The same applies to words like dungru dark and dangra complicated. It all comes down to how we experience the sounds.

Penultimately: in the case of ‘wan’ as a number and ‘wan’ as an indefinite pronoun it is functional to distinguish from one another by accentuating wan as number (wàn). At the same time accentuating words with accent aigu in: ‘a meki wán oso’ he/she/it has made a house; ‘a síki’ he/she/it  is sick (Van Der Hilst, 2008, p. 98) is questionable as the words express intensity and are expressed in a elongating way, thus are of an ideophonic order. Here the accent circumflex would fit. So: ‘a meki wân oso’ he/she/it has made a remarkable house ; a sîki he/she/it is very sick respectively sikî.

Ultimately: The lacking in Van Der Hilst (1988) of an all ecompassing spelling system implying not only the use of letters but also the use of punctuation –  full stop, comma, among others and diacritics – accents of all sorts is recuperated in Van Der Hilst (2008, p. 97-114).

References

Adams, C. & Nelis, H. (2009). Schrijf beter Engels. ‘Tips en Trucs’ voor Nederlandstaligen.

Gent: Academia Press. (p. 73).

Arends, J. Kouwenberg,  & Smith, N. (1994). In Arends, J., Muysken, P. & Smith, N. Pidgins

And Creoles. An Introduction. Part 2 Theories of Genesis. Theories focusing on

the European input. Amsterdam: John Benjamins Publishing Company. (pp. 111-116)

Arends, J., Muysken, P. & Smith, N. (1994). ‘eds’. Part 5 Conclusions and annotated

language list. Conclusions. In Pidgins And Creoles. An Introduction. Amsterdam:

John Benjamins Publishing Company. (pp. 319-323).

Cervo, A.L. & Bervian, P.A. (1983). Metodologia Científica. São Paulo: McGraw-Hill. (pp.

17-20).

Cervo, A.L. & Bervian, P.A. in Neto,  H.V. & Alegria, A. (2013). [online] (quoted on  June 2,

2016). Available at: <URL: http://portal.estacio.br/media/4293053/cap6_final.pdf

(p. 66).

Charry, E. Koefoed, G. & Muysken, P. (1983). De talen van Suriname. Coutinho:

Muiderberg. (pp. 13-14, 20-25).

Defares, J. (1982). Enkele problemen rond de lexicale beschrijving van het Sranan 1 (1). (p.

49).

Den Besten, H., Muysken, P. & Smith, N. (1994).  Part 2 Theories of Genesis. Theories

focusing on the European input. In Arends, J. Muysken, P. & Smith, N. Pidgins And

Creoles. An Introduction. Amsterdam: John Benjamins Publishing Company. (pp.  87-

98).

Eersel, H. Hein Eersel over taalwet en taalraad. Interviewed by Jan Ramkisoen and

Frank Mansro on December 3, 2015. [Online] Available at: <URL:  http://www

 

.salto.nl /streamplayer/caribbeanfm_ondemand.asp?y=15&m=12&d=03&t=1900&s=

0 (19.00-21.00u; 39.42-59.58).

Gouvernementsblad van Suriname. Resolutie van 17 augustus 1960. No. 8072, nopens

 

toepassing van de voorlopige spellingsregels van de Surinaamse taal.

Habraken, J.H.M. (2014). Bronvermelding volgens de richtlijnen van de APA: Handleiding

online] (previewed on June 2, 2016). Available at: http://itswww.uvt.nl/lis/es/apa/apa-

handleiding.pdf.

Juffermans, K. (2011). Do you want me to translate this in English or in a better Mandinka

                   

                  language?’: Unequal literacy regimes and grassroots spelling practices in peri-

                

      urban Gambia. International Journal of Educational Development. Vol.31. (p.

652).

Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2012). Advies van de KNAW-Com-

 

missie Onderzoeksgegevens. Zorgvuldig en integer omgaan met wetenschappelijke

 

onderzoeksgegevens. [online] (quoted on  March 28, 2016). Available at: <URL:

http://www.knaw.nl/nl/actueel/publicatieszorgvuldig-en-integer-omgaan/ –met

-wetenschappelijke-onderzoeksgegevens (pp. 12-13, 61).

Koorndijk, K. (1994). Den kraka fu ibri makandrasani. De ruggegraat van elke cultuur. Den

Haag: Amrit. (p. 12).

Makarow, M., & Engelbrecht, J. (2011). The European Code of Conduct for Research

 

Integrity. All European Academies. The European Science Foundation (ESF). [online]

(previewed on  March 72016). Available at: <URL: http://www.esf.org/fileadmin

/Public_documents/Publications/Code_Conduct_ResearchIntegrity.pdf.

Marshall, E.M. (2003). Onstaan en ontwikkeling van het Surinaams nationalism; natievorming

als opgave. Delft: Eburon. (pp. 32-39; 64, 66, 87, 131).

Muysken, P. & Veenstra, T. (1994). Part 2 Theories of Genesis. Universalist approaches. In

Arends, J. Muysken, P. & Smith, N. Pidgins And Creoles. An Introduction.

Amsterdam: John Benjamins Publishing Company (pp. 121-134).

Satterfield, T. (2005). The Bilingual Bioprogram: Evidence for Child Bilingualism in the

 

Formation of Creoles. [online] (quoted on May 28, 2016). Available at: <URL:

http://www.lingref.com/isb/4/161ISB4.PDF.

Staatsblad van de Republiek Suriname. Resolutie van 15 juli 1986, no. 4501, inzake

 

vaststelling officiële spelling voor het Sranan(-Tongo).

Stichting Volkslectuur Suriname (1980). Woordenlijst Sranan Nederlands English. Met een

 

lijst van planten- en dierennamen. Paramaribo: VACO uitgeversmaatschappij (p. 7-

14).

Stichting Volkslectuur Suriname (1995). Woordenlijst Sranan-Nederlands/Nederlands

 

Sranan. English-Sranan. Met een lijst van planten- en dierennamen. With a list of

 

plant and animal names. Paramaribo: VACO uitgeversmaatschappij (p. 7-40 ).

Satterfield, T. (2005). The Bilingual Bioprogram: Evidence for Child Bilingualism in the

 

Formation of Creoles. [online] (quoted on  April 21, 2016). Available at:

<URL: http://www.lingref.com/isb/4/161ISB4.PDF.

Sebba, M. (2000). Orthography and ideology: issues in Sranan spelling. In Linguistics 38–5.

(pp. 929-930, 932-933).

 

Van Den Berg, M. (2000). Mi no sal tron tongo. Early Sranan in court records 1667 – 1767.

[online] (quoted on  April 4, 2016). Available at: <URL:http://home.hum.uva.nl/oz

/vandenbergm/website%20-%20nieuw!/web-scriptie.pdf (p. 7).

Van der Heijden, P.F. Fokkema, J., Lamberts,  S.W .J.,  Mols, G.P.M.F, Den Hartogh,  G.A.,

Stouthard,  M.E.A.,  &  Post, A.A. De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoe-

 

fening; Principes van Goed wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. [online] (quo-

ted on April 21, 2016). Available at: <URL: http://www.vsnu.nl/files

/documenten /Domeinen/Onderzoek/Code_wetenschapsbeoefening_2004.pdf (p.8).

 

Van Der Hilst, E.  (1988). Skrifi Sranantongo, leysi en bun tu.  Paramaribo: E.H.E. van der

Hilst.

Van Der Hilst, E. (2008). De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo. Paramaribo: E.H.E.

van der Hilst. (pp. 5, 22-26, 33, 38, 41-42, 51, 66, 76, 86, 90-91, 97-114).

 

[1] Questions posed in Dutch are met with responses in Sranan at length by public figures –

[2] http://www.waterkant.net/suriname/2015/02/15/officiele-erkenning-voor-ruim-twintig-talen-suriname/

[3] “é aquela força interior, aquela atitude ou disposição subjetiva do pesquisador chamada espírito científico, que busca soluções adequadas, imparciais, objetivas e racionais no exame dos problemas” in http://portal.estacio.br/media/4293053/cap6_final.pdf (p. 66).

[4] It was a live radioprogram of januari 24 2016 via Salto Amsterdam.

[5] http:// http://www.sranankwasi.com/nl/ksc-blogpagina/

[6] “Zo schreef men bijvoorbeeld: ‘boutoe’ (Ne. Bout) en ‘fowloe’ (Eng. Fowl). ‘Blyti’ (Ned. Blij,  ‘zeili’ (Ned.

Zeil) en  ‘felicitere’ (Ned. feliciteren)” (Van Der Hilst, 2008, p. 26).

[7] “… bijvoorbeeld: ‘fasi (manier) en ‘fassi’ (vastmaken), ‘pisi’ (stuk) en ‘pissie’ (pissen), ‘hati’ (pijn doen) en

‘hatti’ (hart), ‘pikîn’ (kind) en ‘pikin’ (klein, weinig, jong)” (Van Der Hilst, 2008, p. 26).

[8] The father of nationalism (Marshall, 2003, pp.32-39; 64, 66, 87, 131)

[9] In comparison with the Dutch the English spelling is much worst off: “In het Nederlands is de schrijfwijze consequenter dan in het Engels. Een klank wordt meestal op één en dezelfde wijze geschreven en elk symbool vertegenwoordigt meestal slechts één klank” (Adams & Nelis, 2009, p. 73).

[10] Although the current generation might be under the spell of the of internet games and the mobile phone.

[11] A term in the Wenti religion

[12] vein of palm species

[13] What birds use to do with fruits

[14] Mama fowru no e kiri en pikin, mama mofo na bâna watra

[15] https://www.youtube.com/watch?v=s9qVi1q84Gg

[16] https://www.youtube.com/watch?v=sJFNFupQ4fs

[17] https://www.youtube.com/watch?v=LsOhf1F1WSU

[18] This is an innovation derived from Koorndijk (1994, p. 12). In the last 10 years I introduced setiwroko tetey

for the same concept: organization.

Coding and decoding in Sranan Nederlandse versie

Geplaatst op

Nederlandse versie Coding and decoding in Sranan

W O R K I N G   P A P E R (Werkdocument)

Gesproken en geschreven Sranan; het spanningsveld tussen spreken en schrijven. Een kritische beschouwing van de Eddy van der Hilst spelling. (Afgeleid van Coding and decoding in Sranan; the writing-speaking controversity. A critical review of the Eddy Van Der Hilst spelling).

Door brada Kwasi Koorndijk

Amsterdam, 14 januari 2017[1]

Kwasi Koorndijk, in de omgang brada Kwasi, is visionair, taal- en cultuuractivist, alsook transformatieantropoloog in de branche Onderwijs, Taal en Onderzoek bij Kwasi’s Sranan Consultancy (www.sranankwasi.com). In dit verband geeft hij innoverende cursussen Sranan plus – een herziene versie van het Sranan uit de slavernij- en koloniale periode. Hij onderzoekt en publiceert tevens in het kader van de sociaal-culturele wetenschappen, w.o. in de bedrijfs-branche. Kwasi’s Sranan Consultancy is ook bedrijvig in de geesteswetenschappen.

Wat zijn de meest cruciale inzichten van de Van Der Hilst spelling en wat zijn de gevolgen voor zijn theorie?

Toelichtend

Deze verhandeling is een afgeleide van de uitgebreide Engelse versie: Coding and decoding in Sranan; the writing-speaking controversity. A critical review of the Eddy Van Der Hilst spelling (16 juni, 2016). In eerste instantie is uitgegaan van Skrifi Sranantongo, leysi en bun tu (Van Der Hilst, 1988). Tegelijkertijd wordt waar toepasselijk, gebruik gemaakt van De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo (Van Der Hilst, 2008).

Samenvatting

In dit essay doet Eddy van der Hilst een serieuze poging om de spellingspraktijken van de Surinaamse taalgebruikers te dekoloniseren. Hierbij maakt Van Der Hilst een vergelijk tussen de Nederlandse spellingsrichtlijnen en gewoonten enerzijds en die van het Sranan. Eddy’s vergelijk laat tegenstrijdigheden zien in de Nederlandse en Engelse spelling. Tegelijkertijd is de theorie van de schrijver zelf ook geen samenhangend geheel. Ik ondervond in een nadere beschouwing dat de basisregel om onderscheid te maken tussen schrijven en spreken wordt geschonden door tussenliggende klinkers in te slikken  bij het schrijven en spreken alsook door dubbele medeklinkers op te schrijven. Hierdoor worden schrijven en spreken door elkaar gegooid.

De pijlers waarop het ideeëngoed van Eddy van der Hilst rusten, zijn:

  1. spreken en schrijven zijn twee gescheiden domeinen.

Het spreken kent verschillende manieren om iets uit te spreken, maar er is maar één manier van schrijven. Dit correspondeert met een recenter werk van hem (Van Der Hilst, 2008): “Schrijf de woorden steeds zo op als wanneer zij in een geïsoleerde positie worden uitgesproken” (Van Der Hilst, 2008, p. 33). Bijvoorbeeld wij kunnen zeggen: ‘I no mus du so’, ‘I no  mu du so’, ‘I nom du so’ maar er is maar één manier om te schrijven: ‘yu no musu du so’ (Van Der Hilst, 1988, pp. 19-20). Kortom bij het praten, verklanken wij (yu wordt als I uitgesproken), slikken wij woorden in (musu wordt verkort tot mu), of plakken wij woorden aan elkaar (no musu wordt als één woord uitgesproken nom). Praten is dus te vergelijken met de ervaren, snelle datatypist en schrijven is vergelijkbaar met de onervaren, trage typist die letter voor letter intypt – een geïsoleerde opvatting van taal.

  1. één klank één teken; één teken één klank (Van Der Hilst, 2008, pp. 22-25).
  2. In tegenstelling tot de onlogische  spellingssituatie van het Nederlands gaat  het Sranan er vanuit dat elke letter onafhankelijk van de plaats in een woord hetzelfde moet klinken. Dus een A, E, I, O, U klinkt onafhankelijk van de plaats in een woord steeds hetzelfde. Zij klinken als: de a[2] in ala alles, de e[3] in ede hoofd, de i[4] in pisi stuk, de o[5] in olo gat, de u[6] in buku. Deze 5 voorbeelden: ala, ede, pisi, olo, buku zijn alle afgeleid van Van Der Hilst (2008, p. 34).

Wat is de spellingssituatie in het Nederlands – een voor Sranan sprekers belangrijke taal, bepaald door de opvoedingssituatie en de grote schatplichtigheid van het Sranan aan het Nederlands[7]?

De tegenstijdigheden in het Nederlands[8]:

De Nederlandse spelling vertoont vele inconsistenties: neem de letter ‘e’. In het alfabet klinkt het alsof het eindigt met een -j-, dus eej. Maar dan klinkt deze zelfde letter als -è- in met. Voeg je aan -met- nog er toe (dus meter) dan is de eerste letter weer -eej- terwijl de tweede -e- nu dof klinkt in meter (als in t) varieert in woorden als: met en meter.

Een ander punt: de klank, eej, vind je ook in woorden als, neem, en, zee, alsook in leenwoorden als café en logé. Daarnaast loopt de eej- klank niet door als de letter -r- een rol speelt. De woorden neem en zee veranderen dan in: neer en zeer.

Ook in de letters: i-, ə-, t- en s- is er geen harmonie in klank terug te vinden. Dus de i-klank   is zowel in de letters -i-, -ie- als -y- te merken (politie, zien, hobby). De doffe -e- vind je ook in gezeur, weinig, vrolijk, geven.

Wat betreft de medeklinkers -t- en -s- is het niet anders gesteld: Je hoort t in paard, tante, thee, bord, wordt, geopereerd. Als het gaat om -s- hoor je in vakantie de s-klank, alsook in woorden zoals citroen, centrale, scene, egoïstisch.

Kortom de Nederlandse schrijfwijzen vertonen een gebrekkige klankharmonie (Vergelijk Van Der Hilst, 2008, pp. 23-24).

  1. Aaneenschrijven

 

3.1. Enkelvoudige woorden

 

“Voor het aaneenschrijven van woorden is de klemtoon doorslaggevend” (Van Der Hilst, 2008, p. 76). Kenmerkend voor het Sranan is dat de klemtoon van woorden valt op de voorlaatste lettergreep (Van Der Hilst, 1988, p. 23). De woorden: suku zoeken, bori koken, tafra tafel, oto auto, boto boot hebben alle twee lettergrepen. De volgende 3 woorden: prisiri, frigiti vergeten, mankeri ontbreken kennen alle 3 lettergrepen, terwijl ondrofeni ondervinding, en yanpaneysi javaan, elk 4 syllaben tellen. Hoewel het aantal lettergrepen verschilt, is de overeenkomst de klemtoon op de voorlaatste syllabe van al de genoemde woorden. Dat betekent dat elk woord, hoewel elke lettergreep afzonderlijk benadrukt[9] is, bij het aaneenschrijven een overheersend accent heeft – in dit geval op de voorlaatste lettergreep.

3.2. Samenstellingen

Woorden kunnen ook de vorm aannemen van samenstellingen. Van Der Hilst (2008): “een woord is een samenstelling, indien van de samenstellende woorden, slechts het laatste woord een klemtoon heeft” (p. 76).

Het woord, samenstelling, wordt vertaald in Van Der Hilst (1988) met ‘taywortu’. Inhoudelijk zijn samenstellingen woordcombinaties die afzonderlijk een bepaalde betekenis hebben en die samengevoegd, weer een nieuwe betekenis krijgen. Dus Dyonpo springen afzonderlijk, wil letterlijk zeggen (ver)springen. Futu, betekent letterlijk voet. De combinatie: Dyonpofutu schept een  nieuwe betekenis voor kinderen: hink stap sprong. Doti, kan letterlijk betekenen vuil of grond. Wagi staat voor wagen. Een combinatie van doti en wagi (dotiwagi) levert een nieuwe betekenis op: vuilniswagen.

3.2.1. Samenstellingen verbonden door een koppelteken

  • Klinkers

Dede dood, en oso huis kunnen, indien oso meer nadruk krijgt, in een samenvoeging betekenen ‘herdenkingsdienst’. In dat geval ontmoeten twee klinkers (e en o) elkaar (dedeoso). Hier past het een koppelteken te plaatsen tussen deze twee woorden, waardoor de nieuwe samenstelling wordt: dede-oso. Op dezelfde manier dienen: ati hart oso huis, ogri kwaad, ati hart; sari en ati behandeld te worden. Dus wij schrijven dienovereenkomstig: ati-oso ziekenhuis; ogri-ati, sari-ati.

  • Tweeklanken en klinkers

Trow trouwen, en oso huis, samengetrokken, betekent, huwelijk. In dit geval treffen een tweeklank (ow) en een klinker (o) elkaar (trowoso). Hier past het een koppelteken te plaatsen tussen deze woorden, waardoor de nieuwe samenstellingen worden, achtereenvolgens: trow-oso. Nnay-olo

  • Nasale klinkers en klinkers

Bun-ede geluk en pikin-uma meid zijn voorbeelden van samenstellingen waarbij nasale

klinkers orale klinkers treffen en daardoor een koppelteken krijgen tussen twee

onafhankelijk van elkaar bestaande woorden: bun en ede; pikin en uma.

  • Nasale klinkers en tweeklanken

Krin-ay nuchter en kaw-ay pit[10] illustreren twee samenstellingen, bestaande uit de woorden respectievelijk krin  schoon en ay oog, en kaw koe en ay pit die in een nieuw verband zoals toegelicht, kunnen optreden.

  • Nasale klinkers en medeklinkers

“als een woord van de samenstelling op een nasaal eindigt en het volgende met de medeklinger ‘n’ begint: ‘pikin-nengre[11]’, ‘bun-nen’, ‘man-nengre’”. (Van Der Hilst, 2008, p. 88). De woorden pikin-nengre, bun-nen en man-nengre betekenen achtereenvolgens: kind, goed van naam, en manspersoon.

  • Tweeklanken en medeklinkers met dezelfde halfvocaal

Dow dauw, en watra water, samengetrokken, betekent, dauwvocht. In dit geval treffen een tweeklank (ow) en een halfvocaal die met dezelfde letter begint als de tweeklank eindigt. Hier past het een koppelteken te plaatsen, waardoor de nieuwe samenstelling wordt: dow-watra. Zo ook worden sey zij, en yesi oor, die samengetrokken de betekenis hebben van zijprofiel van het oor.  De nieuwe samenstelling wordt zo geschreven: sey-yesi.

  • Klinkers en nasale klinkers; klinkers en dubbele medeklinkers

Voor het schrijven van samenstellingen geldt ook: “als na een woord van de samenstelling het volgende met een dubbel medeklinkerteken, een ‘ny’ of een ‘ng’ begint: ‘bigi-ssa’, ‘busi-nyamsi’, ‘gran-mma’, ‘gron-nnyan’” (Van Der Hilst, 2008, p. 89).

3.3.  Reduplicaties

Reduplicatie of woordverdubbeling is een samenstelling, waarbij hetzelfde woord herhaald wordt.

“Reduplicaties worden aaneengeschreven, waarbij het woord waaruit de reduplicatie bestaat dus ook steeds in zijn volle vorm wordt geschreven: … dorodoro, penipeni, wetiweti, pisipisi (Van Der Hilst, 2008p. 91).

  • Reduplicaties en klinkerbotsing

Onder de aaneenschrijvingsregel vallen ook de situaties hierboven die een koppelteken verdienen. Dit komt tot uiting in esi-esi haastig en afu-afu[12] z’n gangetje.

  • ● Reduplicaties als gescheiden woorden

Reduplicaties die bijvoeglijk[13] bedoeld zijn en aaneengeschreven worden, kunnen de nuance verzwakt weergeven zoals in: ‘rediredi’ roodachtig getint’’, ‘blakablaka’ zwartachtig geting, ‘dotidoti’ lichtelijk vervuilde aanblik. Door het herhalen van bijvoeglijke naamwoorden kan ook een versterkende nuance worden aangegeven. “Bij dit soort herhalingen behouden de woorden elk wél hun klemtoon en wordt het eerste woord bovendien op een hogere toon uitgesproken. In deze gevallen hebben wij … twee woorden (elk heeft zijn eigen klemtoon) en krijgt het eerste woord een letimaki[14] om aan te geven dat het op een hogere toon uitgesproken dient te worden. ‘rédi redi’[15], ‘bláka blaka’[16] ‘dóti doti’[17] …” (Van Der Hilst, 2008, p. 92).

3.4.  Dubbele medeklinkers

“… bij woorden die op een orale klinker eindigen, valt de klemtoon op de voorlaatste letter-greep”. Dus ‘papavader en mama moeder zouden in deze respectievelijke betekenissen, volgens de theorie, niet op de laatste, maar op de voorlaatste syllabe moeten vallen. Dus ‘papa’ en ‘mama’. Maar dan zouden deze woorden van betekenis veranderen en wel respectievelijk in pap en opvallend[18]. Om dit probleem te omzeilen wordt een één lettergrepig woord gemaakt met de inzet van dubbele medeklinkers die uitmonden in ‘ppa’ en ‘mma’.  De sjwa (onbeklemtoonde klinker) is geen echte Sranan klinker, dus vallen de vormen pǝpa en mǝma af. In één teug vallen daarom alle tussengelegen klinkers af: “suwa werd eerst: |sәwa| en  toen: |swa|; gowe werd eerst: |gәwe| en toen:|gwe|; |pasa| werd eerst: |pәsa| en toen:|psa|; kaba werd eerst: |kәba| en toen: |kba|; goron werd eerst:| |gәron| en toen: |gron|. Alleen als wij deze woorden nadruk willen geven, komt de weggereduceerde klinker weer te voorschijn …” (Van Der Hilst, 2008, p. 64).

  • Leenwoorden onder invloed van de sjwa en de ԑ (è) en ɔ (ò)

Omdat de onbeklemtoonde klinker (de ә-klank) vreemd is aan het Sranan is er sprake van vocaalreductie – frәteri[19] wordt fruteri; prәnasi wordt pranasi (p. 65). Leenwoorden zoals ‘pipәl’, ‘sâdәl’ en ‘bastәr[20]’ worden versurinaamst tot pipri, sadri en bastri (p. 38) ook al omdat zij op een medeklinker eindigen en daarom geen echte Sranan woorden zijn (p. 37).

  • ● Leenwoorden onder invloed van de ԑ en ɔ

Het niet Sranan-zijn van woorden geldt bijvoorbeeld woorden die geschreven worden met een è, en ò in bijvoorbeeld respectievelijk mèf, sèm, tèt, en kòf, sòk, bòk (Van Der Hilst, 2008, p. 37).

Voorlopige conclusies 

De klankregel geeft de voorwaarden aan voor het (aaneen)schrijven in het Sranan. Op basis hiervan kunnen samenstellingen niet meer dan 2 woorden bevatten, in tegenstelling tot het Nederlands. “samenstellingen worden aaneengeschreven, waarbij elk van de samenstellende woorden wordt geschreven zoals zij in een geïsoleerde positie worden uitgesproken” (Van Der Hilst, 2008, p. 86).  Maar dat staat op gespannen voet met de regel op p. 76, waarbij het laatste woord de klemtoon draagt. Bij het geïsoleerd uitspreken treden er verschuivingen op in de klemtoon (nivellering). Zie het voorbeeld hieronder, wat betreft: ‘bigi’ en ‘futu’.

Daarom kan eenvoudigweg het bewijs worden geleverd waarom ‘wetiberekayman’ (Van Der Hilst, idem, p. 87) niet goed gespeld is. Als deze samenstelling uitgesplitst wordt in: ‘weti’, ‘bere’, ‘kayman’ dan heeft elk woord een eigen accent. Dit staat op gespannen voet met het citaat van de schrijver op pagina 76: “een woord is een samenstelling, indien van de samenstellende woorden, slechts het laatste woord een klemtoon heeft …”.

Zie dan 3.1. met betrekking tot het aaneenschrijven! Ondrofeni, suku, tafra, oto, mankeri, frigiti. Hierbij valt voor het Sranan, in het theoretisch kader van Van Der Hilst het accent op de voorlaatste lettergreep. Opvallend is dat in de brontalen waaruit geput is, de woorden: Ondervinding, zoeken, tafel, auto, mankeren, vergeten ook de nadruk hebben op de voorlaatste lettergreep. De Sranan woorden: adru, asogri, leleku, madasi, tobosi, gangan, banban, dondon, fonfon, gogo, tonton zijn enkele voorbeelden die de ‘voorlaatste lettergreep theorie’ niet ondersteunen, gelet op hun accent op de laatste lettergreep. Let wel! Bij de inzet van ideophones zouden woorden die normaliter het accent op de voorlaatste lettergreep hebben nu de nadruk krijgen op de laatste syllabe. Dus fuka[21] ofwel siki zou bij ideophonisering de klemtoon op de laatste lettergreep kunnen hebben: fukâ ofwel sikî. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld ondrofenî, sukû, tafrâ, otô, Mankerî, frigitî. Om kort te gaan: de claim dat Sranan woorden het accent op het voorlaatste woorddeel hebben, kan niet zonder meer algemeen geldend worden gemaakt.

Bij het scheppen van betekenissen moet tegelijkertijd sprake zijn van een soortgelijk woord dat onderscheiden kan worden van deze 3 woorden, zoals het verschil kunnen maken tussenwan bigi futu’ en ‘wan bigifutu’ (p. 76). In het eerste geval is, bigi een bijvoeglijk naamwoord bij, futu (a grote voet). In het tweede geval is sprake van een concept waaraan een ziekte, genaamd, binba filariabeen wordt toegekend. Bovendien kan, wan, geïdeophoniseerd worden tot wân. Vergelijk nu: ‘wân bigi futu’ wat een grote voet! met ‘wân bigifutu’ wat een filariabeen! In het geval van wetiberekayman moet van een soortgelijke situatie sprake zijn, waarbij de Sranan spreker onderscheid moet kunnen maken tussen bijvoorbeeld een letterlijke en figuurlijke betekenis.

Vervolgens: wat is de motivering achter woordverdubbelingen aaneengeschreven, zoals: ‘dorodoro’ very often, ‘penipeni’ dotty, ‘wetiweti’ not that white, ‘pisipisi’ broken into pieces? “Reduplicaties worden aaneengeschreven, waarbij het woord waaruit de reduplicatie bestaat dus ook steeds in zijn volle vorm wordt geschreven (Van Der Hilst, 2008, pp. 90-91). In dit geval geldt de historische herkomstregel (helemaal uitgespeld schrijven) in tegenstelling tot gevallen waar sprake is van dubbele medeklinkers: ppa, mma en van andere vormen van klinkerreductie, zoals geldt voor kba’, ‘psa’, ‘sdon’, and ‘gwe’  (Chapter 3; On b)

Omdat de klankregel in het Sranan aaneengeplakte combinaties van meer dan 2 woorden uit- sluit, zijn onder andere ‘aan’, ‘een’, ‘schrijven’ aaneengeknit tot: ‘aaneenschrijven’ of nog erger een woord zoals ‘tweede’, ‘graads’, ‘leraren’, ‘opleiding’ aaneengeregen tot: tweedegraadslerarenlopleiding in het Sranan niet aan de orde.

De sjwa bestaat in het Sranan. Waarom zou dat niet moeten worden uitgedrukt? Dat wil zeggen dat (‘) toegepast zou kunnen worden daar waar sprake is van de sjwa. Daarom zouden wij kunnen schrijven: mètr meester, wèrdr wild, snèfr sigaret

Van Der Hilst (2008) doet het bestaan van medeklinkers aan het einde van woorden in het Sranan af als vreemd. Hierdoor dwingt hij het Sranan onnatuurlijke vormen aan te nemen.

“(…) Deze woorden zijn meteen herkenbaar omdat zij op een medeklinker eindigen” (p. 38). Dus: bum, dèb’r, wèrd’r, haps, bònrit, dyaf, tyònk, sker om er enkele voorbeelden te noemen, zouden gedwongen worden te vervormen tot achtereenvolgens: bumi, dèbri, wèrdri, hapsi, bònriti, dyafi, tyònki. Daar zouden rasechte Sranan sprekers zich over verbazen!

In het voorgaande wordt de ‘historische herkomst’ regel voortdurend overtreden door het spreken en schrijven met elkaar te verwarren, zoals in achtereenvolgens: ppa, mma (spreekmodus), en papa, mama (schrijfmodus)

Van Der Hilst (2008) rechtvaardigt de dubbele medeklinkerregel als volgt: “Een eerste probleem met deze schrijfwijze is dat niemand deze woorden zo zegt, ook niet in een geïsoleerde situatie. Zelfs in een geïsoleerde situatie zegt men: /mma/ en /ppa/” (p. 66). Maar hoe kan dat toch? Zelfs in het Surinaamse volkslied komen wij een fragment ‘(…) pe mi mama èn mi papa, èn mi famiri de’ tegen. Dit feit alleen al haalt de stelling van Van Der Hilst onderuit. Maar er zijn meer tegenbewijzen aan te voeren: in een groot aantal uitdrukkingen[22] en liederen worden de woorden: mama, achtereenvolgens papa aangetroffen. ‘Mama na sribi krosi’[23] , alsook ‘Mama’[24] en ‘Dansi nanga mi papa’ gezongen door respectievelijk The Golden Gate Boys,[25] en Bryan Bijlhout zijn slechts enkele van  de vele liedjes waar de woordjes mama en papa worden aangetroffen en geuit. Deze verschillen van inzicht die ik heb met Van Der Hilst hebben betrekking op de manier waarop wij beiden het Sranan kennen, kortweg verschillen van epistemologische aard. Als wij zouden opschrijven:‘mama’ en ‘papa’ dan redeneert Van Der Hilst (2008) dat dit ook gevolgen zal hebben voor: sma, psa, kba, sdon (spreekmodus) en suma, pasa, kaba, sidon (schrijfmodus). “Dit betekent weer dat we iedereen die Sranan wil schrijven, verplichten om ook etymoloog te zijn om ook lang vergeten woordvormen te kennen” (p. 66). En dit is het probleem met het Van Der Hilst model: ‘van twee walletjes eten’. Om kort te gaan: zijn model schudt op zijn grondvesten ofwel hij is inconsistent.

Het Van Der Hilst model maakt onderscheid wat betreft het begrip klinker in: orale, nasale, tweeklanken, langgerekte en verscheidene nasale varianten. Hierbij verzuimt Van Der Hilst de verscheidenheid terug te brengen tot één parapluterm, voorzien van een definitie van die overkoepelende term.

Ten slotte is het gebruik van dubbele medeklinkers in tegenspraak met de historische herkomst’ regel, zoals bepleit in de 2e regel (Van Der Hilst, 2008, p. 86). Dit heeft bovendien fundamentele consequenties voor het Sranan alfabet, waarbij hierin behalve enkelvoudige ook dubbele medeklinkers  (b, bb, d, dd, f, ff, g, gg, k, kk, m, mm, n, nn, p, pp, s, ss, t, tt, w, ww) zullen moeten worden opgenomen.

 

Overdenkingen

De evenknie van voeding wordt als nyan-nyan geschreven volgens de spellingsregels. Maar hoe schrijven wij aardvruchten in het Sranan: gron-nyan-nyan of gron nyan-nyan?

Als wij de regels trouw volgen: moet het woord: na geschreven worden als nanga. Dus wordt ‘vierenvijftig’ in het Sranan bij het schrijven in cijfers geschreven als: feyfi tenti nanga fo in plaats van feyfi tenti na fo?

Inhakend op het gebruik van het koppelteken (3.2.):  hier wordt niet gedifferentieerd naar functie van het woord, waardoor zelfs woorden die functioneel onafhankelijk van elkaar staan (san[26] ‘wat’ en ede ‘hoofd’) afhankelijk van de volgorde in de zin (san ede) als een verklarend voornaamwoord kunnen dienen (fu san ede waarom?). Als om die reden  een koppelteken tussen san en ede moet worden opgevoerd dan zou tussen a en e in a e waka met gemak ook een koppelteken worden geschreven, omdat a en e elkaar treffen. Kortom: zou een samenstelling niet moeten worden beperkt tot de functie van zelfstandig naamwoord?

Als wij voortborduren op het uitgespeld schrijven: partikels als onderdeel van verbale systeem, in dit geval, ‘e’ en ‘o’ zullen herleid moeten worden tot hun historische herkomst. Hierbij zal meer dan één manier van uitspreken mogelijk worden. Zodoende zou mi e wroko gespeld moeten worden als mi de wroko en mi o wroko als mi de go wroko, zodat mi e wroko [môwroko] en mi o wroko  [môwroko] toegedicht kunnen worden aan het spreken.

Wat betreft hoofdletters: het wordt als heel gewoon ervaren om een zin vooraf te laten gaan door een hoofdletter. Maar hoe schrijven wij een naam bestaande uit 2 losse woorden met ongelijke lettergrootte, zoals in Open dag? Dus schrijven wij A kra of A Kra, de menselijke ziel. Trouwens hoe gaan wij om met hoofdletters in het cultuur-religieuze domein? Kortaf: schrijven wij Aysa Wenti (hoofdletters) of Aysa wenti (hoofdletter afgewisseld met kleine letter)?

Voorts speelt de ‘r’ een rol. Als de voorafgaande (wroko = werk) of volgende klank (kori = strelen) lang wordt uitgesproken: is de verlenging in het woord van een andere orde dan bij vocalen (klinkers)?

Hoe spellen wij in dit verband dan: koti wroko of koti-wroko grafveerkunst; bari wroko of bari-wroko bekendmaking; seti wroko makandra, setiwrokomakandra dan wel seti-wroko makandra of misschien seti wrokomakandra[27] organisatie?

Het volgende punt betreft het afbreekstreepje. Veronderstellen wij te horen na-ngra nagel en breken wij daarom het woord af bij ‘na’ aan het eind van de regel, gevolgd door ngra op de volgende regel? Of gaan wij er vanuit dat wij horen nan-ra en dat wij daarom het woord laten eindigen bij ‘nan’ gevolgd door ‘ra’ op de volgende regel?

Hetzelfde relaas geldt woorden zoals dungru en dangra vertaald met achtereenvolgens met ‘donker’ en ‘vaag’. Het komt steeds neer op wat wij menen te horen.

Als voorlaatste aspect: in geval van ‘wan’ als telwoord en ‘wan’ als onbepaald voornaamwoord is het functioneel verschil te maken door het ene woord te benadrukken, waar sprake is van een telwoord (wàn). Tegelijkertijd is het benadrukken van woorden met het accent aigu in: ‘a meki wán oso’ hij/zij/het heeft een huis gebouwd; ‘a síki’ hij/zij/het is ziek (Van Der Hilst, 2008, p. 98) aanvechtbaar omdat de woorden intenstiteit aangeven en langgerekt worden uitgedrukt. Zij zijn bedoeld als ideophones. Hier zou het accent circumflex toepasselijk zijn. Daarom: ‘a meki wân oso’ hij/zij/het heeft een opmerkelijk huis gebouwd; a sîki respectively sikî hij/zij/het is zo ziek als een ‘hond’.

Ten slotte ontbrak het in Van Der Hilst (1988) aan een overkoepelend spellingsysteem (letters en interpunctie) – onder andere punt, komma, en diakritische tekens – dat wordt goedgemaakt in Van Der Hilst (2008, pp. 97-114).

Aanbevelingen

Het onderscheid tussen praten en schrijven bij Van Der hilst komt nadrukkelijk tot uiting in de ‘dy-‘, ‘ty-‘, ‘ny’-klanken. De beperking geldt hier slechts de ‘dy’ en ‘ty’-klank. Wij schrijven steevast gengen, geme, gindya, kema, ken, kiki, wenke, terwijl niemand zich zo uit. Waarom hierop geen uitzondering maken op de regel?

Bij het consequent toepassen van de klankregel in het Sranan zouden veel woorden gescheiden van elkaar voorkomen in een zin, wat voor het beeld gefragmenteerd doet voorkomen.  Voorgesteld wordt daarom om woorden die gevormd worden met: oso, presi, man, wan, ten, en sani aaneen te schrijven. Deze woorden: tan presi, lobi wan, lontu oso, dede man, pisi ten, prey sani zijn in de definitie van Van Der Hilst geen samenstellingen, omdat zij de klemtoon ontberen op het laatste woord (p. 76). Omdat met deze laatste woorden veel voorkomende gehelen en combinaties gevormd worden, wordt voorgesteld deze woorden aaneen te schrijven. Dus zo: tanpresi, lobiwan, lontu-oso, dedeman, pisiten, preysani.

De woorden ‘rédi redi’, ‘bláka blaka’, ‘dóti doti’, ‘bún bun’ zouden niet met accent aigu (rechteraccentteken) geschreven moeten worden, omdat het los van elkaar schrijven reeds aangeeft dat het eerste wooorddeel met meer accent moet worden gelezen dan bij aaneengeschreven reduplicaties. Dus zo: redi redi, blaka blaka, doti doti, bun bun.

Bibliografie

Adams, C. & Nelis, H. (2009). Schrijf beter Engels. ‘Tips en Trucs’ voor Nederlandstaligen.

Gent: Academia Press. (p. 73).

Habraken, J.H.M. (2014). Bronvermelding volgens de richtlijnen van de APA: Handleiding

online] (previewed on June 2, 2016). Available at: http://itswww.uvt.nl/lis/es/apa/apa- 

handleiding.pdf.

Koefoed & Tarenskeen (1992). De opbouw van de Sranan woordenschat. Oso. 11/1. (pp. 68-69).

Koorndijk, K. (1994). Den kraka fu ibri makandrasani. De ruggegraat van elke cultuur. Den

Haag: Amrit. (p. 12).

Van Der Hilst, E.  (1988). Skrifi Sranantongo, leysi en bun tu.  Paramaribo: E.H.E. van der Hilst.

Van Der Hilst, E. (2008). De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo. Paramaribo: E.H.E. van der Hilst.

(pp. 5, 22-26, 33, 37, 38, 41-42, 51, 64-66, 76, 86, 90-91, 97-114).  

[1] 2017a

[2] De uitspraak is vergelijkbaar met de a in kat,

[3] De uitspraak is vergelijkbaar met de i in fit,

[4] De uitspraak is vergelijkbaar met de i in zien

[5] De uitspraak is vergelijkbaar met de o in kolom,

[6] De uitspraak is vergelijkbaar met de u in koe

[7] Koefoed & Tarenskeen (1992): “Ons materiaal heeft bestaan uit de ± 3050 Sranan woorden die zijn

opgenomen in de woordenlijst Sranan-Nederlands-Engels (1980); voorts hebben we de drie historische

woordenboeken van het Sranan geraadpleegd, die van Schumann (1783, gepubliceerd in Kramp 1983, Focke

(1855) en Wullschlägel (1856) … Nederlands (N) ± 650 21,5%, (Engels of Nederlands ± 130 4,3%)” (pp. 68-  69).

[8] In vergelijking met de Nederlandse komt de Engelse spelling er het slechts van af: “In het Nederlands is de

schrijfwijze consequenter dan in het Engels. Een klank wordt meestal op één en dezelfde wijze geschreven en

elk symbool vertegenwoordigt meestal slechts één klank” (Adams & Nelis, 2009, p. 73). Maar is dat waar   [mening Kwasi?]

[9] Elke van de 3 volgende lettergrepen kent een eigen accent in: Ondrofeni, maar in de combinatie als woord:

geldt de relatief nadrukkelijke klemtoon: ondrofeni.

[10] Pit van liaan uit de bonenfamilie [gebruikt als hanger of speelgoed] (Blanker & Dubbeldam, 2010 )

[11] Vermeldenswaard is dat het woord nengre maatschappelijk onder druk staat, vanwege de

    negatieve betekenissen en connotaties die hieraan kleven [Opmerking KK]    [12] Wordt bijvoorbeeld gezegd als antwoord op de vraag: “hoe gaat ermee?”

[13] In bijvoorbeeld wan trangatranga man is trangatranga een bijvoeglijk naamwoord bij man

[14] Accent aigu ofwel rechteraccent

[15] Eigen inbreng BKK: fel rood

[16] Eigen inbreng BKK: pikzwart

[17] Eigen inbreng BKK: zwaar vervuild

[18] Bijvoorbeeld qua grootte

[19] Afgeleid van vertellen

[20] Aangezien er echter in het Latijnse alphabet geen klinkertekens meer beschikbaar zijn, is ervoor gekozen deze

woorden met het letterteken ‘e’ te schrijven” (p. 37). Dus zo: sâdel, pipel, baster (p. 38).

[21] Verhinderd of ziek zijn

[22] Mama fowru no e kiri en pikin, mama mofo na bâna watra

[23] https://www.youtube.com/watch?v=s9qVi1q84Gg

[24] https://www.youtube.com/watch?v=sJFNFupQ4fs

[25] https://www.youtube.com/watch?v=LsOhf1F1WSU

[26] San kan een vraag inluiden bij aanvang in een zin, terwijl ede zelfstandig gebruikt kan zijn. Dus de, het of een kan eraan vooraf gaan.

[27] Dit is een nieuwe term afgeleid van Koorndijk (1994, p. 12). De laatste 10 jaren heb ik de term setiwroko tetey

geïntroduceerd als vervanging voor hetzelfde begrip: organisatie.

Uitbreiding service Kwasi’s Sranan Consultancy

Geplaatst op

Brada/sisa,

Het cursusmateriaal is alweer herzien, zowel het driedelig cursusboek (nu inclusief antwoordenboek) als het digitaal onderdeel (uitspraakregels nu ingesproken). Alle cursisten (oud en nieuw) komen in aanmerking voor deze wijzigingen zonder kosten. Stuur een mail naar info@sranankwasi.com om afzonderlijk een pdf van het antwoordenboek en de klankverkleuringsregels via WeTransfer toegemaild te krijgen. Voor de vrije markt is de vraagprijs van het materiaal mede door alle verbeteringen en toevoegingen lichtelijk gestegen??‍♂️.

Cursus Sranan plus niveau 1 op 7 december 2018

Geplaatst op

Lobi brada, sisa kandidaat-cursisten/cursisten/oud cursisten,

Bedankt voor de belangstelling. U wordt hierbij uitgenodigd i.v.m. de introductie van het aanbod Sranantongo. Dit is meteen het startschot van de cursus Sranantongo.

Datum presentatie: vrijdag 7 december 2018
Plaats: Barbusselaan 114 (Boeninhuis)
Tijd: 19.00-21.00u

Belangstellenden voor de cursus wordt verzocht het bijgaande intakeformulier (Aksipapira) in te vullen en mij vrijdagavond a.s. te overhandigen. U zult door uw vragen en opmerkingen nog invloed kunnen uitoefenen op het aanbod.

Oud cursisten zijn vrijgesteld van cursuskosten en zijn van harte welkom???

Opmerking:

Aan gegadigden wordt verzocht niet te wachten tot de startdatum met betalen, maar dit liefst ruim van te voren via de bank te doen. Contante betalingen geven veel meer werk. Je wordt verplicht om wisselgeld bij je te hebben. Je moet vervolgens een kasadministratie aanhouden. En tenslotte: het grenswisselkantoor rekent kosten door voor een kasstorting op de internet-rekening. Dus mijn advies: betaal eens en nooit weer voor een bepaald cursusniveau en blijf altijd verzekerd van deelname zonder extra kosten in de toekomst. Dit geldt reeds voor Amsterdam-Zuidoost. Na betaling krijgt de betaler een bevestiging van ontvangst die als kwitantie gebruikt kan worden. Gran tangi te doro. www.sranankwasi.com.

Degenen die tijdig betaald hebben, krijgen vrijdag a.s. het cursusmateriaal uitgereikt. Er zijn onder de geadresseerden kandidaten die zich hebben aangemeld, maar mogelijk nog wachten. Het is wel zo, dat bij contante betaling er helaas €15 administratiekosten moet worden geheven t.b.v. het grenswisselkantoor. Bovendien: mocht de voorraad cursusmateriaal zijn uitgeput dan moet afzonderlijk voor u het materiaal worden besteld en opgehaald in Amsterdam-Zuid. De extra kosten voor u zouden makkelijk nog kunnen oplopen tot maximaal €25.
Ik zal vrijdag mijn mobiel extra in de gaten houden voor het geval u de plaats niet kunt vinden.

Betalingskenmerk:
175 eur+ 40 eur (materiaalkosten) = 215 eur. o.v.v. Cursus Sranantongo niveau 1 op rekening NL43 KNAB0762946326 t.n.v. Kwasi’s Sranan Consultancy