Onderwijs en wetenschapSranantongoSurinaamse identiteitSurinaamse taal

Coding and decoding in Sranan Nederlandse versie

Nederlandse versie Coding and decoding in Sranan

W O R K I N G   P A P E R (Werkdocument)

Gesproken en geschreven Sranan; het spanningsveld tussen spreken en schrijven. Een kritische beschouwing van de Eddy van der Hilst spelling. (Afgeleid van Coding and decoding in Sranan; the writing-speaking controversity. A critical review of the Eddy Van Der Hilst spelling).

Door brada Kwasi Koorndijk

Amsterdam, 14 januari 2017[1]

Kwasi Koorndijk, in de omgang brada Kwasi, is visionair, taal- en cultuuractivist, alsook transformatieantropoloog in de branche Onderwijs, Taal en Onderzoek bij Kwasi’s Sranan Consultancy (www.sranankwasi.com). In dit verband geeft hij innoverende cursussen Sranan plus – een herziene versie van het Sranan uit de slavernij- en koloniale periode. Hij onderzoekt en publiceert tevens in het kader van de sociaal-culturele wetenschappen, w.o. in de bedrijfs-branche. Kwasi’s Sranan Consultancy is ook bedrijvig in de geesteswetenschappen.

Wat zijn de meest cruciale inzichten van de Van Der Hilst spelling en wat zijn de gevolgen voor zijn theorie?

Toelichtend

Deze verhandeling is een afgeleide van de uitgebreide Engelse versie: Coding and decoding in Sranan; the writing-speaking controversity. A critical review of the Eddy Van Der Hilst spelling (16 juni, 2016). In eerste instantie is uitgegaan van Skrifi Sranantongo, leysi en bun tu (Van Der Hilst, 1988). Tegelijkertijd wordt waar toepasselijk, gebruik gemaakt van De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo (Van Der Hilst, 2008).

Samenvatting

In dit essay doet Eddy van der Hilst een serieuze poging om de spellingspraktijken van de Surinaamse taalgebruikers te dekoloniseren. Hierbij maakt Van Der Hilst een vergelijk tussen de Nederlandse spellingsrichtlijnen en gewoonten enerzijds en die van het Sranan. Eddy’s vergelijk laat tegenstrijdigheden zien in de Nederlandse en Engelse spelling. Tegelijkertijd is de theorie van de schrijver zelf ook geen samenhangend geheel. Ik ondervond in een nadere beschouwing dat de basisregel om onderscheid te maken tussen schrijven en spreken wordt geschonden door tussenliggende klinkers in te slikken  bij het schrijven en spreken alsook door dubbele medeklinkers op te schrijven. Hierdoor worden schrijven en spreken door elkaar gegooid.

De pijlers waarop het ideeëngoed van Eddy van der Hilst rusten, zijn:

  1. spreken en schrijven zijn twee gescheiden domeinen.

Het spreken kent verschillende manieren om iets uit te spreken, maar er is maar één manier van schrijven. Dit correspondeert met een recenter werk van hem (Van Der Hilst, 2008): “Schrijf de woorden steeds zo op als wanneer zij in een geïsoleerde positie worden uitgesproken” (Van Der Hilst, 2008, p. 33). Bijvoorbeeld wij kunnen zeggen: ‘I no mus du so’, ‘I no  mu du so’, ‘I nom du so’ maar er is maar één manier om te schrijven: ‘yu no musu du so’ (Van Der Hilst, 1988, pp. 19-20). Kortom bij het praten, verklanken wij (yu wordt als I uitgesproken), slikken wij woorden in (musu wordt verkort tot mu), of plakken wij woorden aan elkaar (no musu wordt als één woord uitgesproken nom). Praten is dus te vergelijken met de ervaren, snelle datatypist en schrijven is vergelijkbaar met de onervaren, trage typist die letter voor letter intypt – een geïsoleerde opvatting van taal.

  1. één klank één teken; één teken één klank (Van Der Hilst, 2008, pp. 22-25).
  2. In tegenstelling tot de onlogische  spellingssituatie van het Nederlands gaat  het Sranan er vanuit dat elke letter onafhankelijk van de plaats in een woord hetzelfde moet klinken. Dus een A, E, I, O, U klinkt onafhankelijk van de plaats in een woord steeds hetzelfde. Zij klinken als: de a[2] in ala alles, de e[3] in ede hoofd, de i[4] in pisi stuk, de o[5] in olo gat, de u[6] in buku. Deze 5 voorbeelden: ala, ede, pisi, olo, buku zijn alle afgeleid van Van Der Hilst (2008, p. 34).

Wat is de spellingssituatie in het Nederlands – een voor Sranan sprekers belangrijke taal, bepaald door de opvoedingssituatie en de grote schatplichtigheid van het Sranan aan het Nederlands[7]?

De tegenstijdigheden in het Nederlands[8]:

De Nederlandse spelling vertoont vele inconsistenties: neem de letter ‘e’. In het alfabet klinkt het alsof het eindigt met een -j-, dus eej. Maar dan klinkt deze zelfde letter als -è- in met. Voeg je aan -met- nog er toe (dus meter) dan is de eerste letter weer -eej- terwijl de tweede -e- nu dof klinkt in meter (als in t) varieert in woorden als: met en meter.

Een ander punt: de klank, eej, vind je ook in woorden als, neem, en, zee, alsook in leenwoorden als café en logé. Daarnaast loopt de eej- klank niet door als de letter -r- een rol speelt. De woorden neem en zee veranderen dan in: neer en zeer.

Ook in de letters: i-, ə-, t- en s- is er geen harmonie in klank terug te vinden. Dus de i-klank   is zowel in de letters -i-, -ie- als -y- te merken (politie, zien, hobby). De doffe -e- vind je ook in gezeur, weinig, vrolijk, geven.

Wat betreft de medeklinkers -t- en -s- is het niet anders gesteld: Je hoort t in paard, tante, thee, bord, wordt, geopereerd. Als het gaat om -s- hoor je in vakantie de s-klank, alsook in woorden zoals citroen, centrale, scene, egoïstisch.

Kortom de Nederlandse schrijfwijzen vertonen een gebrekkige klankharmonie (Vergelijk Van Der Hilst, 2008, pp. 23-24).

  1. Aaneenschrijven

 

3.1. Enkelvoudige woorden

 

“Voor het aaneenschrijven van woorden is de klemtoon doorslaggevend” (Van Der Hilst, 2008, p. 76). Kenmerkend voor het Sranan is dat de klemtoon van woorden valt op de voorlaatste lettergreep (Van Der Hilst, 1988, p. 23). De woorden: suku zoeken, bori koken, tafra tafel, oto auto, boto boot hebben alle twee lettergrepen. De volgende 3 woorden: prisiri, frigiti vergeten, mankeri ontbreken kennen alle 3 lettergrepen, terwijl ondrofeni ondervinding, en yanpaneysi javaan, elk 4 syllaben tellen. Hoewel het aantal lettergrepen verschilt, is de overeenkomst de klemtoon op de voorlaatste syllabe van al de genoemde woorden. Dat betekent dat elk woord, hoewel elke lettergreep afzonderlijk benadrukt[9] is, bij het aaneenschrijven een overheersend accent heeft – in dit geval op de voorlaatste lettergreep.

3.2. Samenstellingen

Woorden kunnen ook de vorm aannemen van samenstellingen. Van Der Hilst (2008): “een woord is een samenstelling, indien van de samenstellende woorden, slechts het laatste woord een klemtoon heeft” (p. 76).

Het woord, samenstelling, wordt vertaald in Van Der Hilst (1988) met ‘taywortu’. Inhoudelijk zijn samenstellingen woordcombinaties die afzonderlijk een bepaalde betekenis hebben en die samengevoegd, weer een nieuwe betekenis krijgen. Dus Dyonpo springen afzonderlijk, wil letterlijk zeggen (ver)springen. Futu, betekent letterlijk voet. De combinatie: Dyonpofutu schept een  nieuwe betekenis voor kinderen: hink stap sprong. Doti, kan letterlijk betekenen vuil of grond. Wagi staat voor wagen. Een combinatie van doti en wagi (dotiwagi) levert een nieuwe betekenis op: vuilniswagen.

3.2.1. Samenstellingen verbonden door een koppelteken

  • Klinkers

Dede dood, en oso huis kunnen, indien oso meer nadruk krijgt, in een samenvoeging betekenen ‘herdenkingsdienst’. In dat geval ontmoeten twee klinkers (e en o) elkaar (dedeoso). Hier past het een koppelteken te plaatsen tussen deze twee woorden, waardoor de nieuwe samenstelling wordt: dede-oso. Op dezelfde manier dienen: ati hart oso huis, ogri kwaad, ati hart; sari en ati behandeld te worden. Dus wij schrijven dienovereenkomstig: ati-oso ziekenhuis; ogri-ati, sari-ati.

  • Tweeklanken en klinkers

Trow trouwen, en oso huis, samengetrokken, betekent, huwelijk. In dit geval treffen een tweeklank (ow) en een klinker (o) elkaar (trowoso). Hier past het een koppelteken te plaatsen tussen deze woorden, waardoor de nieuwe samenstellingen worden, achtereenvolgens: trow-oso. Nnay-olo

  • Nasale klinkers en klinkers

Bun-ede geluk en pikin-uma meid zijn voorbeelden van samenstellingen waarbij nasale

klinkers orale klinkers treffen en daardoor een koppelteken krijgen tussen twee

onafhankelijk van elkaar bestaande woorden: bun en ede; pikin en uma.

  • Nasale klinkers en tweeklanken

Krin-ay nuchter en kaw-ay pit[10] illustreren twee samenstellingen, bestaande uit de woorden respectievelijk krin  schoon en ay oog, en kaw koe en ay pit die in een nieuw verband zoals toegelicht, kunnen optreden.

  • Nasale klinkers en medeklinkers

“als een woord van de samenstelling op een nasaal eindigt en het volgende met de medeklinger ‘n’ begint: ‘pikin-nengre[11]’, ‘bun-nen’, ‘man-nengre’”. (Van Der Hilst, 2008, p. 88). De woorden pikin-nengre, bun-nen en man-nengre betekenen achtereenvolgens: kind, goed van naam, en manspersoon.

  • Tweeklanken en medeklinkers met dezelfde halfvocaal

Dow dauw, en watra water, samengetrokken, betekent, dauwvocht. In dit geval treffen een tweeklank (ow) en een halfvocaal die met dezelfde letter begint als de tweeklank eindigt. Hier past het een koppelteken te plaatsen, waardoor de nieuwe samenstelling wordt: dow-watra. Zo ook worden sey zij, en yesi oor, die samengetrokken de betekenis hebben van zijprofiel van het oor.  De nieuwe samenstelling wordt zo geschreven: sey-yesi.

  • Klinkers en nasale klinkers; klinkers en dubbele medeklinkers

Voor het schrijven van samenstellingen geldt ook: “als na een woord van de samenstelling het volgende met een dubbel medeklinkerteken, een ‘ny’ of een ‘ng’ begint: ‘bigi-ssa’, ‘busi-nyamsi’, ‘gran-mma’, ‘gron-nnyan’” (Van Der Hilst, 2008, p. 89).

3.3.  Reduplicaties

Reduplicatie of woordverdubbeling is een samenstelling, waarbij hetzelfde woord herhaald wordt.

“Reduplicaties worden aaneengeschreven, waarbij het woord waaruit de reduplicatie bestaat dus ook steeds in zijn volle vorm wordt geschreven: … dorodoro, penipeni, wetiweti, pisipisi (Van Der Hilst, 2008p. 91).

  • Reduplicaties en klinkerbotsing

Onder de aaneenschrijvingsregel vallen ook de situaties hierboven die een koppelteken verdienen. Dit komt tot uiting in esi-esi haastig en afu-afu[12] z’n gangetje.

  • ● Reduplicaties als gescheiden woorden

Reduplicaties die bijvoeglijk[13] bedoeld zijn en aaneengeschreven worden, kunnen de nuance verzwakt weergeven zoals in: ‘rediredi’ roodachtig getint’’, ‘blakablaka’ zwartachtig geting, ‘dotidoti’ lichtelijk vervuilde aanblik. Door het herhalen van bijvoeglijke naamwoorden kan ook een versterkende nuance worden aangegeven. “Bij dit soort herhalingen behouden de woorden elk wél hun klemtoon en wordt het eerste woord bovendien op een hogere toon uitgesproken. In deze gevallen hebben wij … twee woorden (elk heeft zijn eigen klemtoon) en krijgt het eerste woord een letimaki[14] om aan te geven dat het op een hogere toon uitgesproken dient te worden. ‘rédi redi’[15], ‘bláka blaka’[16] ‘dóti doti’[17] …” (Van Der Hilst, 2008, p. 92).

3.4.  Dubbele medeklinkers

“… bij woorden die op een orale klinker eindigen, valt de klemtoon op de voorlaatste letter-greep”. Dus ‘papavader en mama moeder zouden in deze respectievelijke betekenissen, volgens de theorie, niet op de laatste, maar op de voorlaatste syllabe moeten vallen. Dus ‘papa’ en ‘mama’. Maar dan zouden deze woorden van betekenis veranderen en wel respectievelijk in pap en opvallend[18]. Om dit probleem te omzeilen wordt een één lettergrepig woord gemaakt met de inzet van dubbele medeklinkers die uitmonden in ‘ppa’ en ‘mma’.  De sjwa (onbeklemtoonde klinker) is geen echte Sranan klinker, dus vallen de vormen pǝpa en mǝma af. In één teug vallen daarom alle tussengelegen klinkers af: “suwa werd eerst: |sәwa| en  toen: |swa|; gowe werd eerst: |gәwe| en toen:|gwe|; |pasa| werd eerst: |pәsa| en toen:|psa|; kaba werd eerst: |kәba| en toen: |kba|; goron werd eerst:| |gәron| en toen: |gron|. Alleen als wij deze woorden nadruk willen geven, komt de weggereduceerde klinker weer te voorschijn …” (Van Der Hilst, 2008, p. 64).

  • Leenwoorden onder invloed van de sjwa en de ԑ (è) en ɔ (ò)

Omdat de onbeklemtoonde klinker (de ә-klank) vreemd is aan het Sranan is er sprake van vocaalreductie – frәteri[19] wordt fruteri; prәnasi wordt pranasi (p. 65). Leenwoorden zoals ‘pipәl’, ‘sâdәl’ en ‘bastәr[20]’ worden versurinaamst tot pipri, sadri en bastri (p. 38) ook al omdat zij op een medeklinker eindigen en daarom geen echte Sranan woorden zijn (p. 37).

  • ● Leenwoorden onder invloed van de ԑ en ɔ

Het niet Sranan-zijn van woorden geldt bijvoorbeeld woorden die geschreven worden met een è, en ò in bijvoorbeeld respectievelijk mèf, sèm, tèt, en kòf, sòk, bòk (Van Der Hilst, 2008, p. 37).

Voorlopige conclusies 

De klankregel geeft de voorwaarden aan voor het (aaneen)schrijven in het Sranan. Op basis hiervan kunnen samenstellingen niet meer dan 2 woorden bevatten, in tegenstelling tot het Nederlands. “samenstellingen worden aaneengeschreven, waarbij elk van de samenstellende woorden wordt geschreven zoals zij in een geïsoleerde positie worden uitgesproken” (Van Der Hilst, 2008, p. 86).  Maar dat staat op gespannen voet met de regel op p. 76, waarbij het laatste woord de klemtoon draagt. Bij het geïsoleerd uitspreken treden er verschuivingen op in de klemtoon (nivellering). Zie het voorbeeld hieronder, wat betreft: ‘bigi’ en ‘futu’.

Daarom kan eenvoudigweg het bewijs worden geleverd waarom ‘wetiberekayman’ (Van Der Hilst, idem, p. 87) niet goed gespeld is. Als deze samenstelling uitgesplitst wordt in: ‘weti’, ‘bere’, ‘kayman’ dan heeft elk woord een eigen accent. Dit staat op gespannen voet met het citaat van de schrijver op pagina 76: “een woord is een samenstelling, indien van de samenstellende woorden, slechts het laatste woord een klemtoon heeft …”.

Zie dan 3.1. met betrekking tot het aaneenschrijven! Ondrofeni, suku, tafra, oto, mankeri, frigiti. Hierbij valt voor het Sranan, in het theoretisch kader van Van Der Hilst het accent op de voorlaatste lettergreep. Opvallend is dat in de brontalen waaruit geput is, de woorden: Ondervinding, zoeken, tafel, auto, mankeren, vergeten ook de nadruk hebben op de voorlaatste lettergreep. De Sranan woorden: adru, asogri, leleku, madasi, tobosi, gangan, banban, dondon, fonfon, gogo, tonton zijn enkele voorbeelden die de ‘voorlaatste lettergreep theorie’ niet ondersteunen, gelet op hun accent op de laatste lettergreep. Let wel! Bij de inzet van ideophones zouden woorden die normaliter het accent op de voorlaatste lettergreep hebben nu de nadruk krijgen op de laatste syllabe. Dus fuka[21] ofwel siki zou bij ideophonisering de klemtoon op de laatste lettergreep kunnen hebben: fukâ ofwel sikî. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld ondrofenî, sukû, tafrâ, otô, Mankerî, frigitî. Om kort te gaan: de claim dat Sranan woorden het accent op het voorlaatste woorddeel hebben, kan niet zonder meer algemeen geldend worden gemaakt.

Bij het scheppen van betekenissen moet tegelijkertijd sprake zijn van een soortgelijk woord dat onderscheiden kan worden van deze 3 woorden, zoals het verschil kunnen maken tussenwan bigi futu’ en ‘wan bigifutu’ (p. 76). In het eerste geval is, bigi een bijvoeglijk naamwoord bij, futu (a grote voet). In het tweede geval is sprake van een concept waaraan een ziekte, genaamd, binba filariabeen wordt toegekend. Bovendien kan, wan, geïdeophoniseerd worden tot wân. Vergelijk nu: ‘wân bigi futu’ wat een grote voet! met ‘wân bigifutu’ wat een filariabeen! In het geval van wetiberekayman moet van een soortgelijke situatie sprake zijn, waarbij de Sranan spreker onderscheid moet kunnen maken tussen bijvoorbeeld een letterlijke en figuurlijke betekenis.

Vervolgens: wat is de motivering achter woordverdubbelingen aaneengeschreven, zoals: ‘dorodoro’ very often, ‘penipeni’ dotty, ‘wetiweti’ not that white, ‘pisipisi’ broken into pieces? “Reduplicaties worden aaneengeschreven, waarbij het woord waaruit de reduplicatie bestaat dus ook steeds in zijn volle vorm wordt geschreven (Van Der Hilst, 2008, pp. 90-91). In dit geval geldt de historische herkomstregel (helemaal uitgespeld schrijven) in tegenstelling tot gevallen waar sprake is van dubbele medeklinkers: ppa, mma en van andere vormen van klinkerreductie, zoals geldt voor kba’, ‘psa’, ‘sdon’, and ‘gwe’  (Chapter 3; On b)

Omdat de klankregel in het Sranan aaneengeplakte combinaties van meer dan 2 woorden uit- sluit, zijn onder andere ‘aan’, ‘een’, ‘schrijven’ aaneengeknit tot: ‘aaneenschrijven’ of nog erger een woord zoals ‘tweede’, ‘graads’, ‘leraren’, ‘opleiding’ aaneengeregen tot: tweedegraadslerarenlopleiding in het Sranan niet aan de orde.

De sjwa bestaat in het Sranan. Waarom zou dat niet moeten worden uitgedrukt? Dat wil zeggen dat (‘) toegepast zou kunnen worden daar waar sprake is van de sjwa. Daarom zouden wij kunnen schrijven: mètr meester, wèrdr wild, snèfr sigaret

Van Der Hilst (2008) doet het bestaan van medeklinkers aan het einde van woorden in het Sranan af als vreemd. Hierdoor dwingt hij het Sranan onnatuurlijke vormen aan te nemen.

“(…) Deze woorden zijn meteen herkenbaar omdat zij op een medeklinker eindigen” (p. 38). Dus: bum, dèb’r, wèrd’r, haps, bònrit, dyaf, tyònk, sker om er enkele voorbeelden te noemen, zouden gedwongen worden te vervormen tot achtereenvolgens: bumi, dèbri, wèrdri, hapsi, bònriti, dyafi, tyònki. Daar zouden rasechte Sranan sprekers zich over verbazen!

In het voorgaande wordt de ‘historische herkomst’ regel voortdurend overtreden door het spreken en schrijven met elkaar te verwarren, zoals in achtereenvolgens: ppa, mma (spreekmodus), en papa, mama (schrijfmodus)

Van Der Hilst (2008) rechtvaardigt de dubbele medeklinkerregel als volgt: “Een eerste probleem met deze schrijfwijze is dat niemand deze woorden zo zegt, ook niet in een geïsoleerde situatie. Zelfs in een geïsoleerde situatie zegt men: /mma/ en /ppa/” (p. 66). Maar hoe kan dat toch? Zelfs in het Surinaamse volkslied komen wij een fragment ‘(…) pe mi mama èn mi papa, èn mi famiri de’ tegen. Dit feit alleen al haalt de stelling van Van Der Hilst onderuit. Maar er zijn meer tegenbewijzen aan te voeren: in een groot aantal uitdrukkingen[22] en liederen worden de woorden: mama, achtereenvolgens papa aangetroffen. ‘Mama na sribi krosi’[23] , alsook ‘Mama’[24] en ‘Dansi nanga mi papa’ gezongen door respectievelijk The Golden Gate Boys,[25] en Bryan Bijlhout zijn slechts enkele van  de vele liedjes waar de woordjes mama en papa worden aangetroffen en geuit. Deze verschillen van inzicht die ik heb met Van Der Hilst hebben betrekking op de manier waarop wij beiden het Sranan kennen, kortweg verschillen van epistemologische aard. Als wij zouden opschrijven:‘mama’ en ‘papa’ dan redeneert Van Der Hilst (2008) dat dit ook gevolgen zal hebben voor: sma, psa, kba, sdon (spreekmodus) en suma, pasa, kaba, sidon (schrijfmodus). “Dit betekent weer dat we iedereen die Sranan wil schrijven, verplichten om ook etymoloog te zijn om ook lang vergeten woordvormen te kennen” (p. 66). En dit is het probleem met het Van Der Hilst model: ‘van twee walletjes eten’. Om kort te gaan: zijn model schudt op zijn grondvesten ofwel hij is inconsistent.

Het Van Der Hilst model maakt onderscheid wat betreft het begrip klinker in: orale, nasale, tweeklanken, langgerekte en verscheidene nasale varianten. Hierbij verzuimt Van Der Hilst de verscheidenheid terug te brengen tot één parapluterm, voorzien van een definitie van die overkoepelende term.

Ten slotte is het gebruik van dubbele medeklinkers in tegenspraak met de historische herkomst’ regel, zoals bepleit in de 2e regel (Van Der Hilst, 2008, p. 86). Dit heeft bovendien fundamentele consequenties voor het Sranan alfabet, waarbij hierin behalve enkelvoudige ook dubbele medeklinkers  (b, bb, d, dd, f, ff, g, gg, k, kk, m, mm, n, nn, p, pp, s, ss, t, tt, w, ww) zullen moeten worden opgenomen.

 

Overdenkingen

De evenknie van voeding wordt als nyan-nyan geschreven volgens de spellingsregels. Maar hoe schrijven wij aardvruchten in het Sranan: gron-nyan-nyan of gron nyan-nyan?

Als wij de regels trouw volgen: moet het woord: na geschreven worden als nanga. Dus wordt ‘vierenvijftig’ in het Sranan bij het schrijven in cijfers geschreven als: feyfi tenti nanga fo in plaats van feyfi tenti na fo?

Inhakend op het gebruik van het koppelteken (3.2.):  hier wordt niet gedifferentieerd naar functie van het woord, waardoor zelfs woorden die functioneel onafhankelijk van elkaar staan (san[26] ‘wat’ en ede ‘hoofd’) afhankelijk van de volgorde in de zin (san ede) als een verklarend voornaamwoord kunnen dienen (fu san ede waarom?). Als om die reden  een koppelteken tussen san en ede moet worden opgevoerd dan zou tussen a en e in a e waka met gemak ook een koppelteken worden geschreven, omdat a en e elkaar treffen. Kortom: zou een samenstelling niet moeten worden beperkt tot de functie van zelfstandig naamwoord?

Als wij voortborduren op het uitgespeld schrijven: partikels als onderdeel van verbale systeem, in dit geval, ‘e’ en ‘o’ zullen herleid moeten worden tot hun historische herkomst. Hierbij zal meer dan één manier van uitspreken mogelijk worden. Zodoende zou mi e wroko gespeld moeten worden als mi de wroko en mi o wroko als mi de go wroko, zodat mi e wroko [môwroko] en mi o wroko  [môwroko] toegedicht kunnen worden aan het spreken.

Wat betreft hoofdletters: het wordt als heel gewoon ervaren om een zin vooraf te laten gaan door een hoofdletter. Maar hoe schrijven wij een naam bestaande uit 2 losse woorden met ongelijke lettergrootte, zoals in Open dag? Dus schrijven wij A kra of A Kra, de menselijke ziel. Trouwens hoe gaan wij om met hoofdletters in het cultuur-religieuze domein? Kortaf: schrijven wij Aysa Wenti (hoofdletters) of Aysa wenti (hoofdletter afgewisseld met kleine letter)?

Voorts speelt de ‘r’ een rol. Als de voorafgaande (wroko = werk) of volgende klank (kori = strelen) lang wordt uitgesproken: is de verlenging in het woord van een andere orde dan bij vocalen (klinkers)?

Hoe spellen wij in dit verband dan: koti wroko of koti-wroko grafveerkunst; bari wroko of bari-wroko bekendmaking; seti wroko makandra, setiwrokomakandra dan wel seti-wroko makandra of misschien seti wrokomakandra[27] organisatie?

Het volgende punt betreft het afbreekstreepje. Veronderstellen wij te horen na-ngra nagel en breken wij daarom het woord af bij ‘na’ aan het eind van de regel, gevolgd door ngra op de volgende regel? Of gaan wij er vanuit dat wij horen nan-ra en dat wij daarom het woord laten eindigen bij ‘nan’ gevolgd door ‘ra’ op de volgende regel?

Hetzelfde relaas geldt woorden zoals dungru en dangra vertaald met achtereenvolgens met ‘donker’ en ‘vaag’. Het komt steeds neer op wat wij menen te horen.

Als voorlaatste aspect: in geval van ‘wan’ als telwoord en ‘wan’ als onbepaald voornaamwoord is het functioneel verschil te maken door het ene woord te benadrukken, waar sprake is van een telwoord (wàn). Tegelijkertijd is het benadrukken van woorden met het accent aigu in: ‘a meki wán oso’ hij/zij/het heeft een huis gebouwd; ‘a síki’ hij/zij/het is ziek (Van Der Hilst, 2008, p. 98) aanvechtbaar omdat de woorden intenstiteit aangeven en langgerekt worden uitgedrukt. Zij zijn bedoeld als ideophones. Hier zou het accent circumflex toepasselijk zijn. Daarom: ‘a meki wân oso’ hij/zij/het heeft een opmerkelijk huis gebouwd; a sîki respectively sikî hij/zij/het is zo ziek als een ‘hond’.

Ten slotte ontbrak het in Van Der Hilst (1988) aan een overkoepelend spellingsysteem (letters en interpunctie) – onder andere punt, komma, en diakritische tekens – dat wordt goedgemaakt in Van Der Hilst (2008, pp. 97-114).

Aanbevelingen

Het onderscheid tussen praten en schrijven bij Van Der hilst komt nadrukkelijk tot uiting in de ‘dy-‘, ‘ty-‘, ‘ny’-klanken. De beperking geldt hier slechts de ‘dy’ en ‘ty’-klank. Wij schrijven steevast gengen, geme, gindya, kema, ken, kiki, wenke, terwijl niemand zich zo uit. Waarom hierop geen uitzondering maken op de regel?

Bij het consequent toepassen van de klankregel in het Sranan zouden veel woorden gescheiden van elkaar voorkomen in een zin, wat voor het beeld gefragmenteerd doet voorkomen.  Voorgesteld wordt daarom om woorden die gevormd worden met: oso, presi, man, wan, ten, en sani aaneen te schrijven. Deze woorden: tan presi, lobi wan, lontu oso, dede man, pisi ten, prey sani zijn in de definitie van Van Der Hilst geen samenstellingen, omdat zij de klemtoon ontberen op het laatste woord (p. 76). Omdat met deze laatste woorden veel voorkomende gehelen en combinaties gevormd worden, wordt voorgesteld deze woorden aaneen te schrijven. Dus zo: tanpresi, lobiwan, lontu-oso, dedeman, pisiten, preysani.

De woorden ‘rédi redi’, ‘bláka blaka’, ‘dóti doti’, ‘bún bun’ zouden niet met accent aigu (rechteraccentteken) geschreven moeten worden, omdat het los van elkaar schrijven reeds aangeeft dat het eerste wooorddeel met meer accent moet worden gelezen dan bij aaneengeschreven reduplicaties. Dus zo: redi redi, blaka blaka, doti doti, bun bun.

Bibliografie

Adams, C. & Nelis, H. (2009). Schrijf beter Engels. ‘Tips en Trucs’ voor Nederlandstaligen.

Gent: Academia Press. (p. 73).

Habraken, J.H.M. (2014). Bronvermelding volgens de richtlijnen van de APA: Handleiding

online] (previewed on June 2, 2016). Available at: http://itswww.uvt.nl/lis/es/apa/apa- 

handleiding.pdf.

Koefoed & Tarenskeen (1992). De opbouw van de Sranan woordenschat. Oso. 11/1. (pp. 68-69).

Koorndijk, K. (1994). Den kraka fu ibri makandrasani. De ruggegraat van elke cultuur. Den

Haag: Amrit. (p. 12).

Van Der Hilst, E.  (1988). Skrifi Sranantongo, leysi en bun tu.  Paramaribo: E.H.E. van der Hilst.

Van Der Hilst, E. (2008). De spelling van het Sranan. Hoe en waarom zo. Paramaribo: E.H.E. van der Hilst.

(pp. 5, 22-26, 33, 37, 38, 41-42, 51, 64-66, 76, 86, 90-91, 97-114).  

[1] 2017a

[2] De uitspraak is vergelijkbaar met de a in kat,

[3] De uitspraak is vergelijkbaar met de i in fit,

[4] De uitspraak is vergelijkbaar met de i in zien

[5] De uitspraak is vergelijkbaar met de o in kolom,

[6] De uitspraak is vergelijkbaar met de u in koe

[7] Koefoed & Tarenskeen (1992): “Ons materiaal heeft bestaan uit de ± 3050 Sranan woorden die zijn

opgenomen in de woordenlijst Sranan-Nederlands-Engels (1980); voorts hebben we de drie historische

woordenboeken van het Sranan geraadpleegd, die van Schumann (1783, gepubliceerd in Kramp 1983, Focke

(1855) en Wullschlägel (1856) … Nederlands (N) ± 650 21,5%, (Engels of Nederlands ± 130 4,3%)” (pp. 68-  69).

[8] In vergelijking met de Nederlandse komt de Engelse spelling er het slechts van af: “In het Nederlands is de

schrijfwijze consequenter dan in het Engels. Een klank wordt meestal op één en dezelfde wijze geschreven en

elk symbool vertegenwoordigt meestal slechts één klank” (Adams & Nelis, 2009, p. 73). Maar is dat waar   [mening Kwasi?]

[9] Elke van de 3 volgende lettergrepen kent een eigen accent in: Ondrofeni, maar in de combinatie als woord:

geldt de relatief nadrukkelijke klemtoon: ondrofeni.

[10] Pit van liaan uit de bonenfamilie [gebruikt als hanger of speelgoed] (Blanker & Dubbeldam, 2010 )

[11] Vermeldenswaard is dat het woord nengre maatschappelijk onder druk staat, vanwege de

    negatieve betekenissen en connotaties die hieraan kleven [Opmerking KK]    [12] Wordt bijvoorbeeld gezegd als antwoord op de vraag: “hoe gaat ermee?”

[13] In bijvoorbeeld wan trangatranga man is trangatranga een bijvoeglijk naamwoord bij man

[14] Accent aigu ofwel rechteraccent

[15] Eigen inbreng BKK: fel rood

[16] Eigen inbreng BKK: pikzwart

[17] Eigen inbreng BKK: zwaar vervuild

[18] Bijvoorbeeld qua grootte

[19] Afgeleid van vertellen

[20] Aangezien er echter in het Latijnse alphabet geen klinkertekens meer beschikbaar zijn, is ervoor gekozen deze

woorden met het letterteken ‘e’ te schrijven” (p. 37). Dus zo: sâdel, pipel, baster (p. 38).

[21] Verhinderd of ziek zijn

[22] Mama fowru no e kiri en pikin, mama mofo na bâna watra

[23] https://www.youtube.com/watch?v=s9qVi1q84Gg

[24] https://www.youtube.com/watch?v=sJFNFupQ4fs

[25] https://www.youtube.com/watch?v=LsOhf1F1WSU

[26] San kan een vraag inluiden bij aanvang in een zin, terwijl ede zelfstandig gebruikt kan zijn. Dus de, het of een kan eraan vooraf gaan.

[27] Dit is een nieuwe term afgeleid van Koorndijk (1994, p. 12). De laatste 10 jaren heb ik de term setiwroko tetey

geïntroduceerd als vervanging voor hetzelfde begrip: organisatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *