Sranan en ‘toekomst’

Sranan en ‘toekomst’

Woordje ‘toekomst’ in Sranan

Gister 25 augustus 2016 op de Creatieve Sessie van het ministerie van SoZAWE werd ik aangesproken over de discussie op facebook m.b.t. het woordje toekomst. https://www.facebook.com/patrick.dorder/…/10207100931221777…. De vraag was waarom ik niet reageerde, omdat mijn naam een paar keer werd genoemd. Om eerlijk te zijn: ik ben er een beetje moedeloos van, want er is een breed taalvaardigheidsaanbod ontwikkeld toegesneden op dit soort vragen vanuit Sranan Kwasi’s Consultancy.
Ik wil niet aannemen dat Afrikaanse Surinamers anti-ontwikkeling zijn. Maar sommige dingen houden mij in dit verband wel bezig. Waarom verdomt een volk het zich verder te laten oriënteren op het eigene. Behoor ik misschien tot de categorie ‘moeilijk lerenden’ en ‘achterstandsleerlingen’?

Als een rode draad door de Creatieve Sessie liep onderwijs/onderricht in en over de eigen identiteit. De VN draagt haar lidstaten op zich te richten op de mensen van Afrika en Afrikaanse afstamming, vanwege hun relatief slechte positie wereldwijd. Zelfs Nederland ziet nu in dat de huidige tijd eist dat mensen van Afrikaanse afkomst zich richten op de eigen identiteit in al haar aspecten. De wereld is nu aan het veranderen.
Vooral in dit tijdsgewricht wordt van Afrikaanse Surinamers een ander soort houding gevraagd. Men moet zich richten op zelfkennis vanuit de authentieke culturele kaders. Maar er is één groep die niet ziet dat de wereld aan het veranderen is – stedelijke Afro-Surinamers.

Woordje ‘toekomst’ concreet in Sranan

De ene taal is de andere niet. Het Nederlands bijvoorbeeld heeft er behoefte aan om van een woordje als toekomst, ‘toekomstig’, ‘toekomstige’, ‘toekomstmuziek’, ‘toekomstplannen’ en het werkwoord ‘toekomen’ te maken. Dus het Nederlands heeft er behoefte aan naamwoorden en daarvan afgeleide werkwoorden te maken. Zo ook is er de behoefte bij een woordje toekomst termen erbij te halen die vaak eigenlijk er niet toedoen, zoals de combinatie: toekomst en plannen, toekomst en muziek, toekomst en bestendigheid). Een woord voor plan is ‘koti’. Een woord voor muziek is ‘poku’. Maar in het Sranan komen de bedoelde combinaties niet voor. Sterker nog: het Sranan kijkt analytisch en praktisch naar de werkelijkheid.

Ik geef een paar voorbeelden:
In de toekomst mag dat mij niet meer voorkomen. Wan tra leysi a no musu teki mi moro. (Wan tra leysi a no musu teki mi na futu = overrompelen).
Op mijn toekomstig verblijfadres kun je komen (Pe mi o de dyonsro yu kan doro/lon pasa).
De toekomst zal het leren. (Te trûtru kon un sa syi).
Anders heb ik geen toekomst (Noso mi no abi libi)
Denk aan de toekomst (Memre a dey fu tamara)
Wij hebben het over verleden, heden, en toekomst (Un e taki fu esde, tide, tamara)
Dat zal ook in de toekomst het geval zijn ((A tori) na fu noyaso go nomo of na fu têgo)
Onze traditionele verbintenissen waren toekomstbestendig. (Fosi den libi ben e tan te dede ben e prati suma). Afhankelijk van contexten kan een vertaling ook zijn: (te un ben e trowe watra, libi no ben e panya). Nog een paar manieren: (Fosi libi ben man bèl faya). (Fosi prati fu den no ben de).
Dat zijn toekomstplannen. (Un musu luku ete. Of un sa syi). Hier zijn toekomstplannen en toekomstmuziek inwisselbaar in het Nederlands. In het Sranan kan je dit niet uithalen. Anders begrijpt niemand je meer.

Zie ook http://www.sranankwasi.com/nl/?s=vertrouwen

Surinaamse taal een contexttaal; het begrip vertrouwen in Sranantongo

Sisa Sherwood vroeg: “wat is vertrouwen in Sranantongo?”

Mijn antwoord: er is niet maar één pakkend woord hiervoor. Daarom is Sranantongo een contexttaal. Dus soms wordt vertrouwen met ‘bribi’ vertaald, ‘poti bribi na’. Bekend is: ‘poti bribi na Gado, bigi suma, yu mama/papa. De andere keer weer wordt vertrouwen uitgedrukt met een omschrijving: ‘mi e poti mi pikin na yu anu’ (Ik vertrouw je mijn kind toe) of “yu kan libi yu oso sroto na en anu’ (je kan hem/haar je huissleutels toevertrouwen). Het kan ook voorkomen dat vertrouwen ontkennend en oppositioneel vertaald wordt, dus ‘de na ay’ (op je hoede zijn = wantrouwen). Vertrouwen wordt dan ‘no de na ay’. Dus iemand kan zeggen: no de na ay, yu ay o krin dyonsro. En soms is men specifiek: ‘de na ay nanga wan sani/suma’ wat gelijk staat met iets of iemand wantrouwen. Wat ook kan, is dat vertrouwen ontkennend van twijfel, wantrouwen dus, wordt uitgedrukt. ‘No dege dege’ (heb vertrouwen) of ‘nowan dege dege no de!’ (geen reden om te wantrouwen).

Een zeer bekend voorbeeld hoe vertrouwen ook leeft, vind je terug in het lied: “mati kon na yu oso: gi en nyan-nyan fu a nyan, gi en watra fu a dringi, nomo no puru yu bere gi en. Dus komt je vriend op bezoek dan geef je hem te eten en te drinken, maar vertrouw hem/haar je geheimen niet toe. ‘Buik is hier niet letterlijk bedoeld, maar ‘wel figuurlijk. In deze zin betekent buik ‘geheimen’. Kortom ‘puru bere gi’ betekent ook vertrouwen.