Papegaaientaal

Iemand toonde zich overtuigd dat ‘hoeveel’ is omeni in het Sranan. Na mijn uitleg was hij er niet meer zo van overtuigd.
Ik vroeg namelijk: “wat betekent meni dan?” Toen keek hij mij vertwijfeld aan, want hij begreep dat meni totaal geen betekenis heeft. Meni is eeuwen geleden afgeleid van het Engelse ‘many’. Hier betekent het ‘veel’. Je kan bijvoorbeeld zeggen: ‘many people’ of ‘how many apples?’
Maar wat kun je met: meni? Inderdaad, totaal niets! Dit is slechts één van de vele voorbeelden van papegaaientaal (Sranan popokay tongo).

De woorden in het Sranan die veelheid uitdrukken, zijn: furu, hipi, bogo bogo. Dus je kunt zeggen furu, hipi of bogo bogo suma en o furu, o hipi, en o bogo bogo suma? Je kunt zeggen: “den suma kon hipi hipi, of bogo bogo” (de mensen zijn in groten getale opgekomen). Afhankelijk van de formulering kun je aan de slag met: ‘naki dagu’ en ‘monyo’. Maar met meni, kun je niet verder. 

Daarom wordt bij cursisten Sranantongo het denken geprikkeld bij alles wat gezegd wordt. Zij moeten wel ook papegaaientaal kennen, want die is ook een taalvariant van het Sranan, evenals straattaal. Trouwens de kans dat je met gedachteloze taalvarianten geconfronteerd wordt, is groter dan die met de bedachtzame Sranan varianten. Op den duur zal het bedachtzame Sranan overwinnen.

Vermink je eigen persoonlijkheid niet! Geef je op voor de cursussen van Kwasi’s Sranan Consultancy.

Sranan en papegaaientaal (vervolg)

Te vaak horen we uit de mond van Sranan sprekers: ‘Taki odi’ (groeten) en ‘taki tangi’ (bedanken). Bijvoorbeeld als iemand meent niet teruggroet te zijn dan kan hij/zij zeggen: ik heb gegroet! In het andere geval kan iemand een ander vragen of hij wel bedankt heeft voor een bewezen dienst. Het antwoord kan dan zijn: ik heb bedankt. Vervolgens hoor je in het Sranan voor ik heb gegroet, Mi taki odi en voor ik heb bedankt, mi taki tangi. Maar nu zal iemand vragen: wat is dan het probleem?

Op de eerste plaats als je kunt zeggen: mi taki odi en mi taki tangi dan kun je ook een persoonlijk voornaamwoord toevoegen in de zinnen: mi taki odi (ik heb gegroet) en mi taki tangi (ik heb bedankt). Dus mi taki yu odi (ik heb je gegroet) en mi taki yu tangi (ik heb je bedankt). 
Het probleem is dat als je odi en tangi uit de zinnen haalt dan blijft over: mi taki yu. Hier moet toch het verstand beginnen te werken, want welke Sranan spreker zegt: ‘mi taki yu?’ De Sranan spreker zegt, mi taygi yu (ik heb je gezegd), in plaats van: mi taki yu . Daarom zijn taki odi en taki tangi foutieve zinnen.

Als je kijkt naar taki odi en taki tangi dan zie je dat deze korte zinnen als een papegaai zijn vertaald uit het Nederlands. We zeggen immers, gedag zeggen, en dank zeggen in het Nederlands. Door letterlijk te vertalen, ontstaan zinnen die gewoon lijken, maar die echt heel fout zijn. 
Overigens: denk niet dat je taki in deze zinnen daarom kan vervangen door taygi, want de papegaaientaal zou via een omweg weer in het Sranan terechtkomen via de onconventionele zinnen: mi taygi yu odi en mi taygi yu tangi. In de Sranan cursussen gaan we dieper in op deze materie.

Gebrekkig de Surinaamse taal spreken

Posted on februari 16, 2016 Kwasi KoorndijkPosted in Cursus Surinaamse taalNiet gecatoriseerd

“Fa a waka?” komt inderdaad op de website (www.sranankwasi.com) als openingszin in de header voor, maar de zin staat niet voor niets tussen aanhalingstekens. Het is namelijk foute boel.

  1. Het is grammaticaal fout. Niemand antwoordt met: “a waka”. Als de vraag zou zijn geweest: fa a e waka? Dan zou het antwoord van de aangesprokene logischerwijs zijn: a e waka. Maar: Fa a waka? wordt in de voltooide tijd gesteld, en natuurlijk geeft niemand een logisch antwoord op een voor de tegenwoordigheid bedoelde vraag. De spreker wil op dit moment weten hoe het leven gaat en niet hoe het leven is geweest (in het verleden).
  2. Maar erger nog: fa a waka? wordt niet gebruikt in de onderlinge contacten met ouders, ouderen en mensen die je niet kent. Dus Fa a waka? geniet geen algemeen gebruik. Toch zie je dat oneigenlijkheden, zoals ‘duku’ algemeen bekend worden, terwijl het gangbare bij de Surinamers ondergesneeuwd raakt ten gunste van de straatvariant van het Sranan ofwel de Surinaamse taal.

Dan is er nog het analfabetisme (niet weten te lezen en schrijven) over de hele linie onder de Surinamers.

Bijvoorbeeld:
“No, mi no go” zou moeten staan voor: nee, ik ben niet geweest. Maar dat is hartstikke fout opgeschreven. En tot overmaat van ramp is de uitspraak over het algemeen ook niet goed. De eerste ‘no’ moet zo geschreven worden: nôno [spreektaal = nno]. De tweede ‘no’ staat goed geschreven en staat hiervoor, niet.

Wie niet weet wat goed of fout is in de eigen referentietaal kan moeilijk een tweede en derde taal leren. Kwasi’s Sranan Consultancy doet samen met en namens u een alfabeteringsslag. Op 26 februari 2016 beginnen wij weer. Meld u aan voor niveau 1, 2, en 3 via www.sranankwasi.com.

Sranan en ’toekomst’

Woordje ‘toekomst’ in Sranan

Gister 25 augustus 2016 op de Creatieve Sessie van het ministerie van SoZAWE werd ik aangesproken over de discussie op facebook m.b.t. het woordje toekomst. https://www.facebook.com/patrick.dorder/…/10207100931221777…. De vraag was waarom ik niet reageerde, omdat mijn naam een paar keer werd genoemd. Om eerlijk te zijn: ik ben er een beetje moedeloos van, want er is een breed taalvaardigheidsaanbod ontwikkeld toegesneden op dit soort vragen vanuit Sranan Kwasi’s Consultancy.
Ik wil niet aannemen dat Afrikaanse Surinamers anti-ontwikkeling zijn. Maar sommige dingen houden mij in dit verband wel bezig. Waarom verdomt een volk het zich verder te laten oriënteren op het eigene. Behoor ik misschien tot de categorie ‘moeilijk lerenden’ en ‘achterstandsleerlingen’?

Als een rode draad door de Creatieve Sessie liep onderwijs/onderricht in en over de eigen identiteit. De VN draagt haar lidstaten op zich te richten op de mensen van Afrika en Afrikaanse afstamming, vanwege hun relatief slechte positie wereldwijd. Zelfs Nederland ziet nu in dat de huidige tijd eist dat mensen van Afrikaanse afkomst zich richten op de eigen identiteit in al haar aspecten. De wereld is nu aan het veranderen.
Vooral in dit tijdsgewricht wordt van Afrikaanse Surinamers een ander soort houding gevraagd. Men moet zich richten op zelfkennis vanuit de authentieke culturele kaders. Maar er is één groep die niet ziet dat de wereld aan het veranderen is – stedelijke Afro-Surinamers.

Woordje ‘toekomst’ concreet in Sranan

De ene taal is de andere niet. Het Nederlands bijvoorbeeld heeft er behoefte aan om van een woordje als toekomst, ’toekomstig’, ’toekomstige’, ’toekomstmuziek’, ’toekomstplannen’ en het werkwoord ’toekomen’ te maken. Dus het Nederlands heeft er behoefte aan naamwoorden en daarvan afgeleide werkwoorden te maken. Zo ook is er de behoefte bij een woordje toekomst termen erbij te halen die vaak eigenlijk er niet toedoen, zoals de combinatie: toekomst en plannen, toekomst en muziek, toekomst en bestendigheid). Een woord voor plan is ‘koti’. Een woord voor muziek is ‘poku’. Maar in het Sranan komen de bedoelde combinaties niet voor. Sterker nog: het Sranan kijkt analytisch en praktisch naar de werkelijkheid.

31 juli 2020 – woordje voor mondkapje

Kwasi Koorndijk

De cursussen Sranan die mijn consultancy verzorgt zijn daarom geen traditionele taalcursussen. Nee, het zijn cursussen om frames te doorbreken en naar alle aspecten van de persoonlijkheid te kijken. Wie zo werkt, gaat ontwikkeling van binnenuit ervaren. Als je deze weg blijft volgen dan ga je onvoorstelbare dingen tot stand brengen. Ik prijs me gelukkig dat ik de gelegenheid heb gehad om niet alleen in het Sranan over het Sranan te schrijven, maar ook in het Sranan over compleet nieuwe terreinen, zoals management, organisatie, antropologie, enzovoort. Ik heb geleerd voor wetenschappelijke terreinen aangepast lexicon te produceren. En denk niet dat ik volleerd ben. Nee, elke dag zijn er weer nieuwe uitdagingen die samengaan met bijvoorbeeld ict- en maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Kwasi Koorndijk

Kijk, het woord voor masker staat sedert 1994 bekend als ‘bubufesi’. Bubu is een ander woord voor tijger. Mensen van de plantages en het binnenland kennen dit woord op deze manier. Je moet denken aan iets wat bang maakt, waar je voor op de vlucht gaat. En omdat dit angstaanjagende betrekking heeft op het gezicht, is fesi toegevoegd aan bubu. Als het kenmerkende is om vooral de mond te bedekken, kun je gewoon volstaan met ‘mofo’ voor mondkapje omdat Sranan gewoon kijkt naar de functie van dingen waarbij lichaamsdelen plotseling een sociale dimensie kunnen krijgen. Dus mondkapje gewoon: mofo. Iemand een schouderduw geven is bijvoorbeeld skowru wan suma. Dus skowru is kortaf schouderduw. Maar ook gebruiksvoorwerpen kunnen ineens een sociale dynamiek krijgen. Een sliding is gewoon sibi (bezemen). In ‘Den kraka fu ibri makandrasani’ komen veel demonstraties voor in dit verband. Denk bijvoorbeeld aan londoro tonton voor computer. Mensen raakten onder de indruk en begonnen veel van deze innovaties spontaan over te nemen. Het begon bij stichting Opo Sranan(tongo). Later volgde vooral het radiopubliek.

 

Kwasi Koorndijk

Als je dicht bij de aard van het Sranan blijft, zie je dat mofo ook gebruikt wordt voor eten, in de zin van een hapje. Yu o nyan wan mofo? Ga je een hapje eten? Een inleiding houden is ook gewoon: go wan mofo. Een dubbelloop geweer wordt ook vertaald met mond. Tu mofo gon. In sociale zin is dat iemand die de ene keer A zegt, en de andere keer B. Een voorzanger nodigde zijn koor uit om in te komen en hij riep: mofo!” We moeten ons wel willen verdiepen in de cultuur van het Sranan. Trefosa (Henny de Ziel) dacht een nieuw woord te kunnen bedenken voor onafhankelijkheid. Hij kwam op srefidensi. Maar wie zich verdiept, weet dat een woord voor onafhankelijkheid reeds lang bestaat: ‘Man fu en’. Mensen die vinden dat zij niet naar een bonu (traditonele genezer) hoeven omdat zij hun eigen dokter zijn, zeggen gewoon: mi na man fu mi. Ik dop mijn eigen boontjes wel (eigen luku, eigen prapi met kruiden zetten, enz.). Dit woord komt in een Akantasi (spirit uit het Akangebied) singi ook voor: Ini wan man na ‘man fu en’. Hier wordt bedoeld: ik doe niet onder voor de andere obya (spirits). Als Suriname onafhankelijk werd dan vertaal je deze zin dus niet als een papegaai uit het Nederlands, maar met bijvoorbeeld Di Sranan tron man fu en. Dus bij woordvorming moet je breder en dieper kijken.